Ik beschrijf de telefoontjes die ik krijg bij de Alzheimertelefoon, echter, deze verhaaltjes zijn een samenstelling van telefoontjes. Zoals ik ze beschrijf zijn ze niet met mij gevoerd. Alles is waar, maar het loopt door elkaar heen. Zussen, zijn geen zussen, broers zijn bijvoorbeeld een vader en een zoon, of andersom. Dit omdat ik vind dat de mensen die mij bellen recht hebben op privacy. De jarenlange ervaring met een moeder met Alzheimer heeft ook voor de nodige inspiratie gezorgd.
zondag 19 januari 2014
93, 88 en 89 jaar
We moeten goed voor onze ouderen zorgen. Dat vind ik zeker. Ik ga op bezoek bij drie hele oude dames. Een van 93 jaar, een van 88 en een van 89. De oudste twee wonen nog in hun eigen huis. Weliswaar met de nodige hulp maar toch. De "jongste" zit in de verzorging. Alle drie zijn ze heel verschillend dat maakt het ook zo spannend en leuk om bij ze op visite te gaan. Met de dame van 93 ga ik 1 keer in de twee weken wandelen. Als het weer het toelaat. Ze wil altijd verder wandelen dan ze eigenlijk kan. Ik heb wel eens het idee dat ze denkt dat ze nog 25 is en vergeet dat ze ook nog terug moet wandelen. Dat is altijd teveel. Maar we lachen wat af. Ze is heel vrolijk. En geniet nog volop van deze wandelingetjes. Ook is het prachtig om de verhalen van vroeger aan te horen. De een zegt als ik zeg: goh we hadden een stroomstoring van een uurtje en dat vond ik toch zo vervelend, niks deed het meer. Ach kind in de oorlog hadden we acht maanden geen stroom en daar moesten we het ook mee doen. De andere heeft haar hele leven door weer en wind gefietst. Op vakantie gingen ze ook met de fiets, niets mis mee. En crisis, wat nou crisis. Ze hebben het alle drie meegemaakt. En veel erger dan wij nu. De oorlog, de hongerwinter, geen stroom. Alle was met de hand doen. Blij zijn met de eerste ijskast. Stofzuiger. Ik kan niet genoeg krijgen van deze verhalen. Daarom laten we vooral zuinig zijn op deze ouderen met hun prachtige verhalen. En ze koesteren. De verhalen en vooral deze ouderen. Mijn ouders leven niet meer, maar ik kan gelukkig nog genieten van deze mensen. Die nog een stukje van hun geschiedenis met mij kunnen delen. Zij maken de beelden voor mij heel levendig.
vrijdag 6 december 2013
"Nepbeller
Ik geloof dat ik er al eens eerder over geschreven heb. Het fenomeen "nepbellers". Dat gaat zo, je doet de Alzheimertelefoon. Je hebt hele fijne, soms moeilijke gesprekken op een middag, avond, zelfs op feestdagen zit er iemand die de telefoon opneemt en mensen te woord staat met problemen, vragen en alles wat zo'n beetje met alzheimer te maken heeft. En dan tussen die telefoontjes zit bijvoorbeeld ineens een "hijger". Wat bezielt een mens in hemelsnaam om de Alzheimertelefoon te bellen en dan een potje te gaan zitten hijgen. Toen dit mij overkwam heb ik de telefoon opzij gelegd en gedacht laat die man maar hijgen. Af en toe nam ik hem op en vroeg: "gaat het nog een beetje". Stiekem dacht ik laat hem maar hijgen tot hij gaat hyperventileren. Maar vervelend is het wel, het neemt de tijd van andere mensen die proberen te bellen en dan een in gesprekstoon krijgen. Nog een: je wordt gebeld en iemand besteld een pizza met kaas en een met tomaat, een hoop gegiechel op de achtergrond. De eerste keer zei ik dat ze misschien verkeerd hadden gebeld, maar ze bleven maar bellen. Ik werd er een beetje kriegel van. Toen nam mijn man de telefoon op en zei: Met pizzeria Mario, uw bestelling word over tien minuten bij u afgeleverd. En ja hoor, het bleef stil. Tegenwoordig zit er gelukkig een code op je telefoon die moet je intikken en dan blijft de nepbeller voortaan weg. Maar ik heb ze allemaal gehad, de vieze mannen. Wie kent hem niet. Steeds blijven zeggen: Je wilt er vast nog wel een horen zo'n mop". En ik maar zeggen: een is wel genoeg hoor!. Of de mensen die doen alsof ze alzheimer hebben en allemaal vreemde dingen zeggen. De eerste paar keren sta je deze mensen nog keurig te woord. Je weet het niet zeker, maar na verloop van tijd ga je dit ook herkennen. Je hoort gegiechel, stemmen op de achtergrond die aanmoedigen. En ja hoor, het is weer zo'n neppert. Ik begrijp er echt helemaal niets van, dan moet je je toch echt wel een slag in de rondte vervelen om zoiets te doen. Maar het naarste is, dat er oudere dames die de telefoon bijvoorbeeld s'avonds bemannen, dit niet meer willen of durven doen vanwege deze neppers. En daar wordt ik nu kwaad van. Het zijn allemaal vrijwilligers, die zelf vaak met alzheimer te maken hebben gehad op de een of andere manier. En ze staan dag en nacht, en met de feestdagen klaar om iedereen liefdevol te woord te staan. Daar horen geen lollige en jolige jopies bij met stomme moppen of gehijg.
dinsdag 2 juli 2013
Schaken
Ik ga een keer in de twee weken op bezoek bij een 49 jarige man. Hij heeft flink wat psychiatrische problemen. In het begin moest ik even wennen. Hij is geweldig aardig. Maar je kan heel moeilijk afspraken met hem maken. Hij is ook eenzaam. Kijkt uit naar mijn bezoekjes. We gaan dan schaken, of als het me lukt, wandelen. Meestal schaken we. Ik verlies altijd, omdat ik een lagere school schaker ben. Maar wat kan mij het schelen. Ondertussen kletsen we. En hij word rustig van mij. Ik kan het me bijna niet voorstellen, aangezien ik nogal een kletser en druk ben. Maar hij vind dat ik een kalmerende invloed op hem heb. Af en toe weet ik niet wat ik moet geloven. Laatst vertelde hij me dat hij de muziek had uitgezocht en op cd had gezet. Mijn eerst reactie was: oh leuk, maar waarvoor eigenlijk. Voor zijn begrafenis. Hij is namelijk terminaal ziek. Dat denkt hij. Of het echt zo is, ik weet het niet. Ik neem hem dan maar serieus. Praat met hem mee. Hij vraagt regelmatig of ik nog wel om de veertien dagen wil blijven komen. Natuurlijk doe ik dat. Ik kan en wil hem nu niet meer in de steek laten. Ongetwijfeld zal er een keer komen dat ik er mee stop. Maar dat kan nog heel lang duren. Ik hoop dat ik nog eens een keer van hem win met schaken. Zelf denk ik van niet. Hij vind dat het elke week beter gaat. Ik probeer hem wel iedere keer mee naar buiten te krijgen, maar meestal heeft hij een smoesje om dat niet te doen. Een week of twee geleden wilde hij wel. Het was erg druk in zijn hoofd zei hij. Ik zei toen dat een wandeling in de wind, de drukte uit zijn hoofd zou waaien. Volgens mij geloofde hij dat en ging hij opgewekt met me mee. Hij kwam nog opgewekter terug, dus denk ik dat deze wandeling heeft geholpen. Het praat ook makkelijker, naast elkaar lopen. En dan de moeilijke dingen van het leven bespreken. Zoals je eigen begrafenis.
zondag 3 februari 2013
Moeder en dochter
Soms komen verhalen hard bij me binnen. Zo kreeg ik van de
week een verhaal te horen van een moeder met een dochter met Alzheimer. Dochter
is 50 jaar. Ja, 50 jaar. Die dochter heeft ook weer een dochter van begin
twintig met een kindje. Dus ze is al oma. Dat weet ze niet. Ze zit in een
verpleeghuis en moet overal mee geholpen worden. Met alles. Ze kan niet zelf
meer eten. Ze kan zich niet meer aankleden. De moeder van deze vrouw heeft nog
de stille hoop dat iedere keer dat ze haar bezoekt, ze haar moeder toch nog
herkend. Dat ze nog steeds begrijpt wat ze tegen haar zeggen. Dat ze alleen
niets meer terug kan zeggen, maar dat nog wel zou willen. Ik krijg kippenvel
van dit verhaal. De man van deze vrouw gaat iedere dag bij haar op bezoek.
Iedere dag. Dat moet zoveel verdriet geven. Ik kan met niet voorstellen waar
deze man iedere dag de kracht vandaan haalt om dit te doen. Je geliefde zo te
zien. Volledig afhankelijk van anderen. Er niet meer mee kunnen praten, niet
meer kunnen delen dat je samen een kleinkind hebt. Het lijkt me dat dat zoveel
pijn moet doen. Ik kan me ook niet voorstellen hoe deze man, s’avonds na zo’n
bezoek op de bank voor de tv zit of een boek leest. Wat hij ook doet om zich te
ontspannen. Als dat al kan. Misschien dat hij veel troost krijgt van zijn
dochter en kleinkind. En misschien ook van zijn schoonmoeder. Tenslotte zitten
ze allemaal in het zelfde bootje. De moeder van deze vrouw heeft al gezegd dat
ze niet zoveel meer naar haar dochter toegaat. Ze kan het niet meer. Het doet
haar zo’n verdriet. Ook dat kan ik begrijpen. Het zal je nooit loslaten, maar
het kan wel een beetje rust geven. Een moeder van 70 met een dochter van 50 met
Alzheimer. Andersom zou je eerder verwachten, maar zo is het dus niet. Dit is
ook de realiteit.
maandag 26 november 2012
Drukke weken
De afgelopen maand heb ik geen
Alzheimertelefoon gedaan. Ik had het te druk met andere vrijwilligersdingen.
Een cursus Netwerkcoaching. Wat heel leerzaam en erg leuk was. Ben er zeer
tevreden en met een voller rugzakje vandaan gekomen. Binnenkort ga ik met
iemand kennismaken die ik ga begeleiden naar een groter socialer netwerk. Ik
ben heel benieuwd hoe het gaat lopen. Ik ben een beetje van mening dat hoeveel
je er ook over geleerd hebt, je toch ook heel ver komt met je gevoel. Verder
zijn we bij mijn alzheimervriendin en haar man wezen eten. Het was gezellig, en
tegelijkertijd ook weer verdrietig. Ik zag dat ze nu wel heel erg achteruit gegaan
was. Koffiezetten ging nog, maar daarna het rondbrengen bij de juiste personen
was een opgave. Je zag de verwarring. We hebben er maar een grapje van gemaakt.
Ze gaat ook verhuizen naar een andere afdeling, in het verpleeghuis. Met
zwaardere gevallen. Waar ze nu woont ging het niet meer. Er kwam onrust. Toch
was ze er erg van slag van. Nu ze eenmaal op de andere afdeling woont, gaat ze
weer vrolijk fluitend haar gangetje. De overgang was alleen heel moeilijk. Haar
man vond het wel verschrikkelijk om te zien, dat ze nu bij veel oudere mensen
zit, sommige zitten te hangen en te slapen en hij vond het wel heel
confronterend. Begrijpelijk, je wordt op deze manier wel heel erg met je neus
op de feiten gedrukt, het is haar toekomst.
De aankomende decembermaand zal ik weer een paar middagen de
alzheimertelefoon bemannen. Dat is vaak ook verdrietig, maar het is ook
dankbaar om te doen, net zoals het rijden met een hele oude tante in een
rolstoel naar de bibliotheek. Ze is nog helemaal goed bij de tijd, behalve haar
benen, die willen niet meer wat zij wil. En dan heb ik ook nog een ochtend mijn
receptiewerk. Dat is weer helemaal wat anders, maar dat maakt het juist zo
leuk. Al de mensen waar ik mee te maken heb, zoveel verschillende verhalen,
sommige verdrietig, andere leuk. Het zijn meestal weken van uiterste.
donderdag 25 oktober 2012
Mijn moeder
Vandaag kreeg ik oude dia’s toegestuurd. Veel van mijn
moeder. En van mij toen ik nog heel klein was. Mijn opa’s en oma’s leefden allemaal
nog. Zo bijzonder om te zien. Vooral mijn moeder. Mijn laatste herinnering aan
haar is een vrouwtje dat in een verpleeghuis in een veel te grote rolstoel zit
en helemaal van niets meer weet. Met alles geholpen moet worden en helemaal
niets meer kan. Totaal leeg van binnen. En nu zie ik die dia’s. Een vrouw die
heel jong is, heel knap. Lachend om iets wat wij doen. Ik was er helemaal van ondersteboven.
Wat is ze leuk, schiet er door mijn hoofd. En mijn opa, die heb ik maar een
paar jaar meegemaakt. Kan me niet veel van hem herinneren. Maar ook daarbij
denk ik, goh hij zat me voor te lezen. Ik word er weemoedig van. Het waren de
50er jaren. Nog niet zo lang na de oorlog. Ik kan me er werkelijk niets meer
van herinneren. Maar ik was dan ook een jaar of 3. Mijn moeder moet toen een jaar
of 33 geweest zijn. Veel jonger dan ik nu. Ik blijf naar die foto’s staren en
er schiet van alles door mijn hoofd. Wat zag ze er gelukkig uit. Ze was vast
heel blij met ons, denk ik. En onze opa’s en oma’s ook zo te zien. We staan bij
een kerstboom, we vieren sinterklaas. Het is allemaal te zien op die foto.’s.
En ik denk dat ik wel een hele leuke jeugd gehad moet hebben. Jammer dat ik er
nu niet meer met mijn moeder over kan praten.
maandag 17 september 2012
Moedig
Iedereen die mijn blogjes wel eens leest, kent ze, Jan en
Annie. Zij is 60 en heeft Alzheimer. Ze zit in het verpleeghuis. Gisteren waren
ze weer bij ons. Om te eten. Jan haalt haar dan op zaterdagochtend op en dan
komen ze zondagmiddag bij ons. Ik had haar twee maanden niet gezien. Ik was
nieuwsgierig. Hoe gaat het met haar, zou ze me nog herkennen. Iedere keer
schrik ik weer als ik haar zie. Ze was heel erg achteruit gegaan. De leegte zag
je in haar ogen. Ze praat nauwelijks meer, zegt alleen nog ja en nee. En humt
af en toe wat. Alsof ze aan het gesprek deelneemt. Maar volgens mij dringt er
nog maar weinig echt tot haar door. Ik vraag de gewone dingen, zoals hoe gaat
het met je kleinkinderen. Goed zegt ze, ze groeien als kool. Een antwoord dat
ze altijd geeft. Haar man had een gesprek gehad in het verpleeghuis, ze gaat zo
snel achteruit, dat ze nu naar een andere afdeling moet. Met mensen van haar
niveau. Dat is dus minder dan waar ze nu zit, en ouder. Nu zit ze nog op de “jongere”afdeling.
We weten allemaal dat het erger wordt. Maar zo snel, dat is wel confronterend.
Gisteravond toen ze weg waren, gingen we nog even de hond uitlaten. Allebei waren
we weer wat stiller, je eigen problemen vallen volledig in het niet bij dit
verdriet. Haar man vertelde ons nog, dat hij iedere zondagnacht wakker ligt,
van verdriet. De hele maandag kapot is. En dan langzaam begint op te krabbelen
naarmate de week verstrijkt. Om dan in het weekend weer opnieuw te
beginnen. De moedige man.
dinsdag 11 september 2012
vrijwillig
“goh, doe jij aan
vrijwilligerswerk?” “En bezoek je dan in je vrije tijd, oudere dames of heren?” Dat vragen veel mensen aan
mij, met zo’n blik van: “waarom??”, zeker veel tijd over? Enz. Ja, ik heb tijd over, maar daarom doe ik het
niet. Ik doe het omdat ik het zo ontzettend leuk vind. Iedere keer weer is het
een verrassing wat er nu weer achter dat voordeurtje staat te gebeuren. Soms is
het grappig, soms is er verdriet, en soms boosheid. Maar het is nooit
saai. Af en toe moet je afscheid nemen.
Dat is verdrietig, want er ontstaat altijd een band. Je weet dat er iedere keer
weer iemand op je zit te wachten, op die ene middag of ochtend dat je
komt. Alleen dat motiveert een mens al.
Er is altijd een warme glimlach. Je voelt je altijd welkom. Ik heb nog nooit
gedacht, nu keer ik weer om. De koffie staat meestal al klaar. En dan komen de
praatjes. Soms hoor je tien keer hetzelfde, maar dat mag de pret niet drukken.
Meestal loop ik met een grote grijns op mijn gezicht naar huis. Natuurlijk zijn
er ook momenten dat ik wat piekerig naar huis ga, en nog een hele avond loop na
te denken. Dat zijn de mensen die in mijn hoofd rondspoken, omdat er even geen
uitweg is voor hun probleem. Toch is het dan ook vaak weer zo, dat als ik na
een week kom, de sfeer weer helemaal anders is. Dan hebben ze toch op de een of
andere manier hun probleem weer opgelost. Zo is er een echtpaar, toen ik in het begin
langsging, belde ik keurig aan. De man deed dan open, ietwat nors. Nu een paar
maanden later, spring ik over het hekje, wandel de tuin in en roep ik vrolijk
dat ik er ben. De man staat dan meestal in de keuken koffie te zetten. En hij
roept altijd: joehoe, gezellig, kom binnen.” Dat is een verandering van dag en
nacht. Je leert elkaar kennen, en hij blijkt helemaal niet zo’n norse,
moeilijke man te zijn. Alleen hij is mantelzorger, heeft het hartstikke druk
met het verzorgen van zijn vrouw. Krijgt te weinig slaap en voelt zich vaak
onbegrepen door de diverse instanties. Maar bij mij kan hij even zijn zorgen
kwijt, ik luister, ik vrolijk hem op (hoop ik). En met zijn drieeen lachen we
ook heel wat af. En daar doe ik het nu allemaal voor, dat maakt het
vrijwilligerswerk zo leuk.
vrijdag 24 augustus 2012
Toch nog gelachen
Af en toe ga ik nog
op visite bij een dametje waar ik als vrijwilliger regelmatig kwam. Een week of
drie geleden gingen we daar ook een bakkie koffie drinken. Het ging helemaal
niet zo goed met haar. Ze schuifelde door haar kamertje in het bejaardenhuis. Ik
hield mijn hart vast. Ze wilde niet met haar rollator lopen. Dus hield ik haar
stevig vast, als ze naar de wc moest. Ik ging naar huis, maar ze bleef toch een
beetje in mijn hoofd rondzweven.
Vorige week, kreeg ik het bericht dat ze gevallen was en
haar heup had gebroken. Ze lag in het ziekenhuis. Direct kreeg ik allemaal
visioenen van mijn eigen moeder, die ook was gevallen, ook in het ziekenhuis
terecht kwam en daar meer dood dan levend lag. Gelukkig is ze toen nog wel
opgeknapt, maar nooit meer de oude geworden. Zeker met haar alzheimer niet.
Maar terug naar mijn dametje. Ze is geopereerd. Dat moest, anders kwam ze in
bed te liggen en dan weten we het wel. Ik ben bij haar op bezoek geweest in het
ziekenhuis. Zeker, ze is in de war, maar we hebben ook verschrikkelijk
gelachen. Op een gegeven moment riep ze: “dat ik nog kan lachen, dat had ik
nooit gedacht”. Van het ziekenhuis gaat
ze naar een verpleeghuis om te revalideren. En ook omdat ze heel erg verward
is. Ze kan nog niet terug naar haar kamertje in het bejaardenhuis. Ze heeft
heel veel verzorging nodig. Natuurlijk blijf ik bij haar op bezoek gaan. Want
in het ziekenhuis zei ze ook nog tegen me, dat ze zo bang was dat ze me nooit
meer zou zien, vanwege alle veranderingen. Ik heb toen beloofd dat ik haar
blijf bezoeken. Er zijn veel mensen die je bezoekt als vrijwilliger, maar er
blijven er altijd een paar die in je hoofd blijven zitten, en waar je als je
tijd hebt even langs gaat voor een praatje en een bakkie koffie. Zelfs als ze
in een verpleeghuis zitten en je bijna niet meer herkennen. Dan nog.
donderdag 2 augustus 2012
Verjaardag
Ik dacht, ik ga een blogje schrijven over de verjaardag van
mijn moeder, vandaag dus. Maar ineens tijdens het schrijven kon ik het niet. Er
kwamen teveel herinneringen boven. Leuke en tragische. Vooral de verjaardagen
die we vierden in het verpleeghuis. Dan reserveerde ik een tafeltje in het
restaurant. Mijn moeder werd dan in haar super grote rolstoel naar dat tafeltje
gereden. Soms kon je zien dat ze het leuk vond, soms was er niets van haar gezicht
af te lezen. Vooral de laatste jaren moest ze gevoerd worden. Hapje voor hapje
ging naar binnen. Of ze het lekker vond, dat kon ze niet zeggen. De eerste
jaren in het verpleeghuis kon ze nog wel een beetje praten. Al was dat vaak ook
onsamenhangend. Maar dan verzonnen we er zelf maar de rest bij. En terwijl ik
dit allemaal zit te schrijven word ik weer erg verdrietig. Ze is in 2010
overleden, dat was een zege, voor haar. Ze had voortdurend pijn en kon dit niet
uiten. Maar met een bos bloemen op bezoek gaan omdat ze jarig was, dat mis ik. Ik ga vandaag zeker een
kaarsje voor haar opsteken. Met een bloemetje.
vrijdag 27 juli 2012
Ellende
Soms kom je bij je vrijwilligerswerk ook een hoopje ellende
tegen. Zo ging ik van de week op bezoek bij Meneer en mevrouw P. Zij kan niet
lopen zit heel de dag in een stoel en hij zorgt voor haar. Ik kom daar nu een
paar weken. En ik zie meneer er gewoon onderdoor gaan. Hij maakt zich zorgen,
maar moet ook alles regelen. Zij zit in die stoel en doet lelijk. Uit onmacht
denk ik dan. Van de week belde ik aan, meneer deed open en ik zag aan gezicht
dat het helemaal niet goed ging. Toen ik binnen kwam zag ik mevrouw in haar
stoel met een gezicht als een donderwolk zitten. Ze deden stilzwijgend lelijk
tegen elkaar. Ik begon vrolijk aan een praatje in de hoop dat ze wat los kwamen. En ja hoor, meneer ging zijn hart
luchten. Dat hij er niet meer tegen kon, dat zij ruzie maakte, dat hij haar zo
weer naar het verzorgingshuis zou brengen. Zij liet duidelijk merken dat ze dat
niet wilde ( ze kan heel moeilijk praten). Ik zei tegen meneer dat hij lekker
even moest gaan wandelen, en dat ik op mevrouw zou letten en ook wat met haar
zou babbelen. Ik hoopte wijzer te worden, wat er nu aan de hand was. Zo gezegd,
zo gedaan. Maar dat is niet zo makkelijk met iemand die niet goed uit haar
woorden kan komen. Uit haar woorden maakte ik op dat ze verdrietig was, dat ze
wel lelijk tegen hem had gedaan, maar dat ze er niet meer tegen kon. Waar ze verdrietig van was, en
waar ze niet tegen kon daar ben ik tot nu toe nog steeds niet achter. Zelf denk
ik dat het komt omdat ze niets meer kan. Maar dat verzin ik zelf. Ik weet ook
niet wat er zich verder in zo’n week dat ik niet kom afspeelt. Meneer kan niet
slapen, omdat hij drie keer per nacht gaat kijken bij zijn vrouw. Ik stel voor
dat het misschien beter is als ze toch een paar keer per week naar de dagopvang
gaat. Meneer zegt dat ze dat niet wil en begint te huilen als ze haar ophalen.
En dat kan hij dan weer niet aanzien. Ik ben er even stil van, er is gewoon
geen oplossing. Hij wil voor haar zorgen, maar gaat er aan kapot. Zij wil niet
inde verzorging of naar de dagopvang. Dus blijft alles zoals het is en dat is
volgens mij niet goed. Maar gelukkig hoef ik daarin geen beslissingen te nemen.
Dat moet meneer doen. En ik hoop dat hij uiteindelijk wijs besluit….
maandag 16 juli 2012
Partner met alzheimer
Gisteren zijn we weer bij ze wezen eten, inmiddels zijn het
vrienden geworden. Ankie en Jan. Ankie is 60 en heeft Alzheimer. Jan is haar
partner. Ik heb al vaker over ze geschreven. Zij was mijn “alzheimermaatje”voordat
ze in het verpleeghuis terechtkwam. We gaan altijd een keer in maand bij elkaar
eten. Deze keer waren er twee maanden voorbij gegaan. Ik ben van haar
geschrokken, ze is duidelijk heel erg achteruit gegaan. Een gesprek valt nu
helemaal niet meer met haar te voeren. De plaat blijft steken. En dat is zo
verdrietig. Ik volg Jan de keuken in en
begin een gesprek. Hij heeft verschrikkelijk last van stress. Kan geen rust
vinden en kan ook niet verder met zijn leven. Hij wil niet alleen op vakantie.
Begrijpelijk. Hij zegt heel verdrietig: wat moet ik dan, dan zit ik in een
barretje ergens in Spanje als “vrijgezelle kerel”. En dan?
Nee voor hem , voorlopig geen vakantie, dus ook geen rust. Hij zegt: Ik
doe heel stoer, maar ik huil wat af. Ik knik. Ik kan heel ver meegaan in zijn
gevoelens, maar ik kan niet alles begrijpen. Hij haalt Ankie nu ook niet meer
ieder weekend op. Dat wordt hem teveel. Ze weet het toch niet meer. Al s hij
haar komt halen, vraagt ze vaak: “wat kom jij nu doen?”. Dus ook dat gaat langzaam
minder worden. Toen ze net in het verpleeghuis zat, had hij nog grote plannen,
hij zou haar ieder weekend en iedere woensdag ophalen. Dan konden ze nog leuke
dingen doen. Ik had toen al mijn twijfels, maar heb dat nooit tegen hem gezegd.
Ik wist dat hij ermee zou gaan stoppen als hij er zelf aan toe was. Dat is dus
nu. Hij kan er niet meer tegen. En zij is beter af, als ze in haar eigen
omgeving zit. Dat is zo akelig. Hij vind dat hij haar tekort doet, maar wij
vinden dat hij iets meer aan zichzelf moet gaan denken. Dat zeg ik ook. Ik zeg
ook, dat ze het heel goed heeft waar ze nu zit, en daar lieg ik helemaal niets
van. Ze zit met allemaal “jong dementerende”. Ze lopen de avondvierdaagse. Dat
vind ze leuk. Denken wij. En heel triest, Jan zegt ook tegen mij, dat hij ook
niet aan een andere partner zou kunnen beginnen zolang Ankie er nog is. En
volgens hem kan dat nog wel even duren. Ik zeg: “als je een leuke vrouw tegen
komt, zou ik de deur niet helemaal dichtgooien”. En hij zegt heel treurig : “hoe moet ik met mezelf leven, als ik met een
andere vrouw ga terwijl ik nog getrouwd ben, hoe moet ik dat mijn kinderen
uitleggen?. Nee dat zou ik nooit kunnen… Daar kan ik geen antwoord op geven. Ik
kijk hem alleen aan, en zie zijn verdriet.
zaterdag 7 juli 2012
Oude man
Ik ben op vakantie in Normandie en zit op mijn terras voor
het huis, aan de overkant scharrelt een oude man rond in de tuin van een enorm
huis. In en uit de garage en dan loopt hij naar de schuur. Ik begin te mijmeren
dat op deze manier oud worden toch niet zo heel erg moet zijn. Er wonen nog
twee mensen in dat huis, en ik neem maar voor het gemak aan dat dat een zoon of
dochter met partner moet zijn. Die zorgen dus voor hem. Mijn fantasie gaat met
me op de loop. Je woont in Frankrijk, je hebt een lieve dochter die je in huis
neemt als je heel oud bent, je woont vlak bij het strand en je kan de hele dag
in de tuin rondscharrelen. Goh, wat wil je nog meer. En dan loop je een dag te
wandelen op je geliefde strand en Beng, je gaat hemelen. Dit roep ik ook nog
maar even naar de meegekomen familieleden die allemaal in het zonnetje een boek
zitten te lezen. Ze kijken allemaal een beetje meewarig naar mij. Ze hebben
natuurlijk geen flauw idee waar mijn fantasie vandaan komt. Ik kom hier in
Nederland bij veel dametjes op bezoek in verpleeghuizen en verzorgingshuizen.
Mijn tante woont dan nog in haar eigen huisje maar dat is toch wel een
uitzondering. En volgens mij gaat er niets boven wonen in je eigen huis, of dus
zoals deze oude man, in huis met een van je kinderen. Ik blijf doorfantaseren
in mijn ligstoel op het terras. Stel nu dat deze man Alzheimer heeft, dan weet
hij helemaal niet meer dat hij in zo’n fantastische omgeving woont, vlakbij het
strand. En dat hij iedere dag van de tuin naar zijn schuurtje loopt. Voor hem
is het dan helemaal niet zo bijzonder. Mijn moeder zou het in het begin van
haar Alzheimer geweldig hebben gevonden. Maar dat zou al snel weggegleden zijn.
Weg uit haar hersenen. Zij heeft de
laatste jaren van haar leven in het verpleeghuis doorgebracht. Dus ik hoop dat
deze oude man in het besef is van hoe veel geluk hij heeft. Ik denk het niet,
voor hem is het waarschijnlijk heel gewoon. Ook goed, denk ik. En dan gaat mijn
fantasie de andere kant op: stel dat die kinderen helemaal niet aardig voor hem
zijn, maar hem juist naar buiten sturen zo van : “Pa, word het niet eens tijd
dat je in het schuurtje gaat kijken?” En blijf voorlopig een tijdje weg”. Dat
ze hem eigenlijk zat zijn, maar in zijn huis wonen. En hem dus niet weg kunnen
sturen. Op dit moment zie ik dat de jongere vrouw liefdevol een arm om hem heen
slaat. En hem de trap op helpt. Gelukkig denk ik, hij heeft het goed.
vrijdag 25 mei 2012
Nep
Soms, heel soms krijg je een telefoontje en dan denk je meteen: "hier klopt iets niet". Maar ik ga er nooit vanuit dat het een "nepper"is. Dus begin je een gesprek en probeer je uit te vinden of je gevoel echt is of dat het iemand is die toch informatie is. Hoe je dat doet dat kan ik niet beschrijven. Maar langzamerhand weet ik dat als je gevoel zegt dit is niet goed, dan is dat ook zo. Laatst belde er ook iemand: "ik weet niet wat ik aan moet met mijn vader". Daarna kreeg ik een heel vreemd verhaal dat kant nog wal raakte. In eerste instantie bleef ik netjes vragen wat er aan de hand was en wat ik daaraan kon doen. Maar naarmate het gesprek vorderde werd het toch steeds vreemder. Nou krijg je wel eens vreemde vragen maar dit sloeg werkelijk alles. Het was iemand die de klok over Alzheimer had horen luiden, maar echt niet wist hoe het werkte. Uiteindelijk vroeg ik, of dit een grap was of echt. Ineens werd er op de achtergrond gelachen, en de beller begon te giegelen. Ik heb opgehangen, ik was woest, ik begrijp echt niet waarom mensen zoiets raars doen. Zomaar de Alzheimertelefoon bellen of 112, of meer instanties die hulp moeten bieden. Ik kan er met mijn pet niet bij. Helaas zullen er altijd van dit soort "grapjassen"blijven bestaan. Misschien als ze ooit zelf echt hulp nodig hebben dat ze wijzer worden, misschien.
donderdag 19 april 2012
Verwarring
Soms moet je wel heel veel fantasie hebben als je bij een oudere ietwat dementerende dame op bezoek gaat. Zo kwam ik op een middag bij een mevrouw die een heel vreemd verhaal had: schat mijn vriend waar ik mee samen woon is net weggegaan en hij is nog steeds niet terug.” “Bedoel je je man Kees, die is al twaalf jaar dood”zeg ik. “Nee, die andere, waar ik al die tijd mee heb samen gewoond”. Ooh die: zeg ik, terwijl ik helemaal niet weet waar ze het over heeft. Ja zegt ze, die blijft af en toe slapen en dan gaat hij weer weg, dat moet hij natuurlijk zelf weten, want ik heb niets met hem”. Ja, zeg ik, het is misschien maar goed dat hij weg is. “Ik hoop wel dat hij terugkomt hoor” zegt de dame. Ik ga zitten en bedenk dat er misschien echt iemand bij haar is geweest. Je kunt tegenwoordig zomaar doorlopen in verzorgingshuizen. Ik kom er niet achter. Dus begin ik over andere dingen. “Leuke bloemetjes heb je staan”. “Ja, ik weet niet van wie ik die gekregen heb, ik heb ze denk ik zelf gekocht bij de winkel, daar loop ik regelmatig even binnen”. Ik weet dat dat niet waar is, maar ik praat rustig met haar mee. Dan zegt ze ineens: “er lopen hier groene mannetjes rond”. Verdwaasd kijk ik in het rond, “groen mannetjes?”vraag ik. “Ja, ze komen mijn kamer binnen en zingen dan een liedje en gaan dan weer weg. Soms zitten ze op de gang”. In een helder moment roep ik: “oooh, dat zijn natuurlijk padvinders, die komen zeker af en toe hier op bezoek”, daar hoef je niet bang voor te zijn hoor!!!” “Nee, zegt ze, “dat weet ik ook wel hoor, dat het van die kinderen zijn, je moet niet denken dat ik gek ben!” “Natuurlijk ben je dat niet, roep ik. Ik ga glimlachend naar huis. Ik hoop dat het echt padvinders waren, ik weet niet eens of die nog wel in groene pakjes lopen.
dinsdag 10 april 2012
Nogmaals "mijn alzheimermaatje
We doen het iedere maand. Bij elkaar eten. Gisteren zijn we naar mijn “alzheimermaatje”geweest. Haar man kookt. Zij kan het niet meer. Iedere keer als we ze zien ben ik benieuwd hoe het met haar is. Ze is weer achteruit gegaan. Verteld nu heel de tijd hetzelfde verhaal. Wij kunnen dat nog wel opbrengen. Maar haar man wordt er af en toe een beetje moe van. Dat kan ik zo goed begrijpen. Als je het hele weekend dezelfde zinnetjes hoort, of de plaat blijft steken dan raakt je geduld wel eens op. Toch heb ik grote bewondering voor hem. Hij haalt haar ieder weekend op . Laat haar het hele weekend lekker chillen zoals ze zelf zeggen. En brengt haar dan iedere zondag met veel verdriet weer naar het verpleeghuis. Hij kan niet ontspannen, kan niet verder met zijn leven, zijn vrouw zit altijd in zijn hoofd. Als hij even een ogenblik niet aan haar denkt, dan schiet het er zo weer in. Ik kan me niet voorstellen hoe dat moet zijn. Ik probeer het te begrijpen, maar ik denk dat het anders is als het je partner is. Ik vond het met mijn moeder al een drama. Met lood in mijn schoenen ging ik de eerste weken bij haar op bezoek, langzamerhand verminderde dat gevoel gelukkig wel. Maar wennen deed het nooit. Dat moet bij hem ook zo zijn. Het went nooit. Het blijft verschrikkelijk om iedere week je vrouw naar het verpleeghuis te brengen en met tranen in je ogen naar huis te rijden, alleen. Tot het volgende weekend.
zaterdag 31 maart 2012
"gezellige familiebijeenkomst"
Soms doe je vrijwilligerswerk bij oudere dames die af en toe willen dat je wat meer komt, of wat langer blijft. Dan verzinnen ze van alles. Ik ga 1x per twee weken op bezoek bij zo’n mevrouw. Ze had de laatste keer een nieuw dingetje. “Heb jij zin om met me mee te gaan naar een etentje hier in het huis?”Er kan niemand anders mee. En jij doet zoveel voor me, dus ik dacht dat je het wel leuk zou vinden.” Zeg daar maar eens nee op. Dus spreek ik met haar af dat ik om half vijf bij haar zal zijn. De dag voordat ik naar haar toe zou gaan, belt ze me op: “zeg als jij toch langs komt, zou jij dan mijn nieuwe korter gemaakte broek op willen halen, die doe ik dan aan.” Natuurlijk doe ik dat. Als ik bij haar aan kom, wil ze zich meteen omkleden. Wel blauwe bloes, geen blauwe bloes. Wel een vest of geen vest. Haar besluiteloosheid is echt wel komisch. Ik zet door, blauwe bloes en vest. Eindelijk zijn we klaar om naar de grote zaal te gaan. We wandelen op ons gemak. We doen er ook extra lang over omdat we allemaal mensen tegen komen die we kennen. Praatje hier, praatje daar. Als we in de grote zaal zijn, zoeken we een plaatsje voor twee personen bij het raam. “Gezellig he”? zegt ze. En dan worden er tot mijn grote schrik grote borden met ingewikkelde teksten naar binnen gedragen. Een dame stelt zich voor als maatschappelijk werkster en begint een zeer ingewikkelde toespraak te houden. Ik zie veel oudere mensen langzaam afhaken. De kinderen die meegekomen zijn liggen verveeld over de tafels. Ik haak ook af. Het gaat mij helemaal niets aan want ik ben geen contactpersoon of familie. Na het eten, wat erg lekker is, gaan de toespraken verder. Ik vind het bijzonder jammer, dat op het foldertje wat iedere bewoner heeft gekregen, stond, “gezellige familiebijeenkomst”. Daar had ik en ik denk meer mensen met mij toch een wat andere gedachte bij.
woensdag 21 maart 2012
"La Primavera"
Ik zat dit afgelopen weekend naar de Primavera te kijken. Dat is een wielerkoers van Milaan naar San Remo. Ergens op de Bloemenriviera valt de tv erin. Vanaf dat punt begin ik ook te kijken want ik ben een enorme wielerfan. Ik kijk naar alle voorjaarklassiekers enz. Dus de Primavera. Ik zit er helemaal in en opeens rijden ze door Laqueglia. Daar gingen we vroeger op vakantie. We zaten dan in Motel Euro. Prachtig uitzicht maar verder stelde het niet veel voor. Maar een lol dat we hebben gehad daar. En toen ik het op de tv zag kwamen zelfs de geuren van die vakantie’s naar boven. De wandeling naar beneden naar de “Bagni”. Daar hadden we dan een bed gehuurd voor de hele vakantie. Je zag iedere dag dezelfde Italiaanse families. Die zaten de hele dag daar. Met bakjes met eten erin. Mijn vader haalde tussen de middag de kaart tevoorschijn en dan werd er een “ritje”uitgestippeld. Meestal eindigde dat in een slaperig dorp waar nog siesta was en de winkels nog dicht waren. Maar ook dat mocht de pret niet drukken. Een ijsje erbij. Heel soms een terrasje langs een weg, met stoeltjes op de stoeprand. En meestal was het bloedheet. Stiekem hoopte je dan dat je niet zo laat weer terug was, dan konden we nog even naar het strand. Heerlijk was dat, laat in de middag, dan kwamen die families weer. De geuren van etensluchten die uit de diverse restaurantjes op de boulevard kwamen. En dan zanderig en warm loom terug naar het appartement. Vanaf het balkon loeren naar de zee, waar het langzaam donker werd. En dan kwamen de lichtjes van de vissersbootjes. We aten de spaghetti die mijn moeder in elkaar flansde. Heerlijk. Ik weet bijna zeker dat het niet lang zal duren of ik ga toch ook weer naar Italie.
donderdag 15 maart 2012
"alzheimertelefoon?"
Soms heel soms vraag je je af of de Alzheimertelefoon nog wel een middel van deze tijd is. Met alle sociale media die er zijn is er toch genoeg te lezen over het onderwerp Alzheimer. Ik weet nog dat toen mijn moeder alzheimer kreeg ik helemaal niet wist dat er zoiets als Alzheimer Nederland bestond. Daar ben ik pas veel, maar dan ook veel later achtergekomen omdat ik eens ging googelen op internet. Ik vind het nog steeds raar dat er bijvoorbeeld in een verpleeghuis niet op gewezen word dat er een Alzheimer Nederland bestaat, of een Alzheimer cafe. Misschien is dat intussen wel zo. Maar een jaar of 5 geleden dus nog niet. En als dat nu nog niet zo is, dan vind ik dat werkelijk een gemis. Ik vind dat er bijvoorbeeld bij bibliotheken of bij huisartsen een foldertje zou moeten liggen. Met alle beschikbare telefoonnummers. Maar wie ben ik. Dus als ik me afvraag of de Alzheimertelefoon nog wel van deze tijd is, dan zeg ik ja. Ja, het is nog steeds goed dat er een telefoon is, waar je je vragen kunt stellen. Of gewoon je verdriet kwijt kunt. Een luisterend oor is altijd goed. En ik denk een vreemd luisterend oor misschien soms nog beter. En waar mensen je wijzen op alle telefoonnummers die er bestaan of de waar een alzheimercafe is waar je naar toe kunt gaan. En soms wijzen op het bestaan van buddy’s die je als mantelzorger even uit de brand kunnen helpen door wat leuks met de patient te gaan doen. Samen fietsen, naar de dierentuin, of gewoon een spelletje. Daarom dit blogje.
maandag 12 maart 2012
"Jong dementerend"
Als ik lees “het thema is: dementie op jonge leeftijd”lopen de rillingen over mijn rug. Mijn “alzheimermaatje” is 60. Dat vind ik jong. Haar man is 58. Ze hebben kinderen en kleinkinderen allemaal nog jong. Zij zit nu in het verpleeghuis. Op een huiskamer met “jong dementerende”. Goed, gelukkig zijn ze zo’n beetje van dezelfde leeftijd, maar verder is er niets gezelligs of leuks aan. Iedere zondagavond gaat ze weer terug. Afscheid nemen van haar man. Maar langzamerhand weet ze niet meer dat ze het volgende weekend weer naar huis gaat. Met haar tas met spulletjes. Ik word er verdrietig van. Ze hadden gehoopt samen “leuk”oud te worden. Hopen we dat niet allemaal. Zij heeft wel eens tegen mij gezegd: “ik haal de 70 niet”. En waarschijnlijk is dat ook zo. Ik zou niet in de schoenen van haar man willen staan. Al dat verdriet. Hij kan zijn ei niet meer bij haar kwijt. De dingetjes al zijn ze nog zo klein die je samen bespreekt. En ook de grote dingen: zoals de geboorte van hun kleinzoon. Het dringt niet meer tot haar door. Ze heeft ook wel eens tegen mij gezegd: “mijn gedachten lopen als zand door mijn vingers”. Toen was ze nog redelijk aanspreekbaar. Dan stak ze haar kleine slanke handen uit en spreide ze haar vingers. De tranen sprongen dan in haar en mijn ogen. We hebben in die tijd wat afgehuild samen. Maar gelukkig ook gelachen, en dat doen we nog steeds. De humor is nog niet weg. Ik hoop oprecht dat dat nog lang bij haar blijft. Als dat ook verdwenen is, dan is ze echt weg…..
Abonneren op:
Posts (Atom)
