Vandaag kreeg ik oude dia’s toegestuurd. Veel van mijn
moeder. En van mij toen ik nog heel klein was. Mijn opa’s en oma’s leefden allemaal
nog. Zo bijzonder om te zien. Vooral mijn moeder. Mijn laatste herinnering aan
haar is een vrouwtje dat in een verpleeghuis in een veel te grote rolstoel zit
en helemaal van niets meer weet. Met alles geholpen moet worden en helemaal
niets meer kan. Totaal leeg van binnen. En nu zie ik die dia’s. Een vrouw die
heel jong is, heel knap. Lachend om iets wat wij doen. Ik was er helemaal van ondersteboven.
Wat is ze leuk, schiet er door mijn hoofd. En mijn opa, die heb ik maar een
paar jaar meegemaakt. Kan me niet veel van hem herinneren. Maar ook daarbij
denk ik, goh hij zat me voor te lezen. Ik word er weemoedig van. Het waren de
50er jaren. Nog niet zo lang na de oorlog. Ik kan me er werkelijk niets meer
van herinneren. Maar ik was dan ook een jaar of 3. Mijn moeder moet toen een jaar
of 33 geweest zijn. Veel jonger dan ik nu. Ik blijf naar die foto’s staren en
er schiet van alles door mijn hoofd. Wat zag ze er gelukkig uit. Ze was vast
heel blij met ons, denk ik. En onze opa’s en oma’s ook zo te zien. We staan bij
een kerstboom, we vieren sinterklaas. Het is allemaal te zien op die foto.’s.
En ik denk dat ik wel een hele leuke jeugd gehad moet hebben. Jammer dat ik er
nu niet meer met mijn moeder over kan praten.
Ik beschrijf de telefoontjes die ik krijg bij de Alzheimertelefoon, echter, deze verhaaltjes zijn een samenstelling van telefoontjes. Zoals ik ze beschrijf zijn ze niet met mij gevoerd. Alles is waar, maar het loopt door elkaar heen. Zussen, zijn geen zussen, broers zijn bijvoorbeeld een vader en een zoon, of andersom. Dit omdat ik vind dat de mensen die mij bellen recht hebben op privacy. De jarenlange ervaring met een moeder met Alzheimer heeft ook voor de nodige inspiratie gezorgd.
donderdag 25 oktober 2012
maandag 17 september 2012
Moedig
Iedereen die mijn blogjes wel eens leest, kent ze, Jan en
Annie. Zij is 60 en heeft Alzheimer. Ze zit in het verpleeghuis. Gisteren waren
ze weer bij ons. Om te eten. Jan haalt haar dan op zaterdagochtend op en dan
komen ze zondagmiddag bij ons. Ik had haar twee maanden niet gezien. Ik was
nieuwsgierig. Hoe gaat het met haar, zou ze me nog herkennen. Iedere keer
schrik ik weer als ik haar zie. Ze was heel erg achteruit gegaan. De leegte zag
je in haar ogen. Ze praat nauwelijks meer, zegt alleen nog ja en nee. En humt
af en toe wat. Alsof ze aan het gesprek deelneemt. Maar volgens mij dringt er
nog maar weinig echt tot haar door. Ik vraag de gewone dingen, zoals hoe gaat
het met je kleinkinderen. Goed zegt ze, ze groeien als kool. Een antwoord dat
ze altijd geeft. Haar man had een gesprek gehad in het verpleeghuis, ze gaat zo
snel achteruit, dat ze nu naar een andere afdeling moet. Met mensen van haar
niveau. Dat is dus minder dan waar ze nu zit, en ouder. Nu zit ze nog op de “jongere”afdeling.
We weten allemaal dat het erger wordt. Maar zo snel, dat is wel confronterend.
Gisteravond toen ze weg waren, gingen we nog even de hond uitlaten. Allebei waren
we weer wat stiller, je eigen problemen vallen volledig in het niet bij dit
verdriet. Haar man vertelde ons nog, dat hij iedere zondagnacht wakker ligt,
van verdriet. De hele maandag kapot is. En dan langzaam begint op te krabbelen
naarmate de week verstrijkt. Om dan in het weekend weer opnieuw te
beginnen. De moedige man.
dinsdag 11 september 2012
vrijwillig
“goh, doe jij aan
vrijwilligerswerk?” “En bezoek je dan in je vrije tijd, oudere dames of heren?” Dat vragen veel mensen aan
mij, met zo’n blik van: “waarom??”, zeker veel tijd over? Enz. Ja, ik heb tijd over, maar daarom doe ik het
niet. Ik doe het omdat ik het zo ontzettend leuk vind. Iedere keer weer is het
een verrassing wat er nu weer achter dat voordeurtje staat te gebeuren. Soms is
het grappig, soms is er verdriet, en soms boosheid. Maar het is nooit
saai. Af en toe moet je afscheid nemen.
Dat is verdrietig, want er ontstaat altijd een band. Je weet dat er iedere keer
weer iemand op je zit te wachten, op die ene middag of ochtend dat je
komt. Alleen dat motiveert een mens al.
Er is altijd een warme glimlach. Je voelt je altijd welkom. Ik heb nog nooit
gedacht, nu keer ik weer om. De koffie staat meestal al klaar. En dan komen de
praatjes. Soms hoor je tien keer hetzelfde, maar dat mag de pret niet drukken.
Meestal loop ik met een grote grijns op mijn gezicht naar huis. Natuurlijk zijn
er ook momenten dat ik wat piekerig naar huis ga, en nog een hele avond loop na
te denken. Dat zijn de mensen die in mijn hoofd rondspoken, omdat er even geen
uitweg is voor hun probleem. Toch is het dan ook vaak weer zo, dat als ik na
een week kom, de sfeer weer helemaal anders is. Dan hebben ze toch op de een of
andere manier hun probleem weer opgelost. Zo is er een echtpaar, toen ik in het begin
langsging, belde ik keurig aan. De man deed dan open, ietwat nors. Nu een paar
maanden later, spring ik over het hekje, wandel de tuin in en roep ik vrolijk
dat ik er ben. De man staat dan meestal in de keuken koffie te zetten. En hij
roept altijd: joehoe, gezellig, kom binnen.” Dat is een verandering van dag en
nacht. Je leert elkaar kennen, en hij blijkt helemaal niet zo’n norse,
moeilijke man te zijn. Alleen hij is mantelzorger, heeft het hartstikke druk
met het verzorgen van zijn vrouw. Krijgt te weinig slaap en voelt zich vaak
onbegrepen door de diverse instanties. Maar bij mij kan hij even zijn zorgen
kwijt, ik luister, ik vrolijk hem op (hoop ik). En met zijn drieeen lachen we
ook heel wat af. En daar doe ik het nu allemaal voor, dat maakt het
vrijwilligerswerk zo leuk.
vrijdag 24 augustus 2012
Toch nog gelachen
Af en toe ga ik nog
op visite bij een dametje waar ik als vrijwilliger regelmatig kwam. Een week of
drie geleden gingen we daar ook een bakkie koffie drinken. Het ging helemaal
niet zo goed met haar. Ze schuifelde door haar kamertje in het bejaardenhuis. Ik
hield mijn hart vast. Ze wilde niet met haar rollator lopen. Dus hield ik haar
stevig vast, als ze naar de wc moest. Ik ging naar huis, maar ze bleef toch een
beetje in mijn hoofd rondzweven.
Vorige week, kreeg ik het bericht dat ze gevallen was en
haar heup had gebroken. Ze lag in het ziekenhuis. Direct kreeg ik allemaal
visioenen van mijn eigen moeder, die ook was gevallen, ook in het ziekenhuis
terecht kwam en daar meer dood dan levend lag. Gelukkig is ze toen nog wel
opgeknapt, maar nooit meer de oude geworden. Zeker met haar alzheimer niet.
Maar terug naar mijn dametje. Ze is geopereerd. Dat moest, anders kwam ze in
bed te liggen en dan weten we het wel. Ik ben bij haar op bezoek geweest in het
ziekenhuis. Zeker, ze is in de war, maar we hebben ook verschrikkelijk
gelachen. Op een gegeven moment riep ze: “dat ik nog kan lachen, dat had ik
nooit gedacht”. Van het ziekenhuis gaat
ze naar een verpleeghuis om te revalideren. En ook omdat ze heel erg verward
is. Ze kan nog niet terug naar haar kamertje in het bejaardenhuis. Ze heeft
heel veel verzorging nodig. Natuurlijk blijf ik bij haar op bezoek gaan. Want
in het ziekenhuis zei ze ook nog tegen me, dat ze zo bang was dat ze me nooit
meer zou zien, vanwege alle veranderingen. Ik heb toen beloofd dat ik haar
blijf bezoeken. Er zijn veel mensen die je bezoekt als vrijwilliger, maar er
blijven er altijd een paar die in je hoofd blijven zitten, en waar je als je
tijd hebt even langs gaat voor een praatje en een bakkie koffie. Zelfs als ze
in een verpleeghuis zitten en je bijna niet meer herkennen. Dan nog.
donderdag 2 augustus 2012
Verjaardag
Ik dacht, ik ga een blogje schrijven over de verjaardag van
mijn moeder, vandaag dus. Maar ineens tijdens het schrijven kon ik het niet. Er
kwamen teveel herinneringen boven. Leuke en tragische. Vooral de verjaardagen
die we vierden in het verpleeghuis. Dan reserveerde ik een tafeltje in het
restaurant. Mijn moeder werd dan in haar super grote rolstoel naar dat tafeltje
gereden. Soms kon je zien dat ze het leuk vond, soms was er niets van haar gezicht
af te lezen. Vooral de laatste jaren moest ze gevoerd worden. Hapje voor hapje
ging naar binnen. Of ze het lekker vond, dat kon ze niet zeggen. De eerste
jaren in het verpleeghuis kon ze nog wel een beetje praten. Al was dat vaak ook
onsamenhangend. Maar dan verzonnen we er zelf maar de rest bij. En terwijl ik
dit allemaal zit te schrijven word ik weer erg verdrietig. Ze is in 2010
overleden, dat was een zege, voor haar. Ze had voortdurend pijn en kon dit niet
uiten. Maar met een bos bloemen op bezoek gaan omdat ze jarig was, dat mis ik. Ik ga vandaag zeker een
kaarsje voor haar opsteken. Met een bloemetje.
vrijdag 27 juli 2012
Ellende
Soms kom je bij je vrijwilligerswerk ook een hoopje ellende
tegen. Zo ging ik van de week op bezoek bij Meneer en mevrouw P. Zij kan niet
lopen zit heel de dag in een stoel en hij zorgt voor haar. Ik kom daar nu een
paar weken. En ik zie meneer er gewoon onderdoor gaan. Hij maakt zich zorgen,
maar moet ook alles regelen. Zij zit in die stoel en doet lelijk. Uit onmacht
denk ik dan. Van de week belde ik aan, meneer deed open en ik zag aan gezicht
dat het helemaal niet goed ging. Toen ik binnen kwam zag ik mevrouw in haar
stoel met een gezicht als een donderwolk zitten. Ze deden stilzwijgend lelijk
tegen elkaar. Ik begon vrolijk aan een praatje in de hoop dat ze wat los kwamen. En ja hoor, meneer ging zijn hart
luchten. Dat hij er niet meer tegen kon, dat zij ruzie maakte, dat hij haar zo
weer naar het verzorgingshuis zou brengen. Zij liet duidelijk merken dat ze dat
niet wilde ( ze kan heel moeilijk praten). Ik zei tegen meneer dat hij lekker
even moest gaan wandelen, en dat ik op mevrouw zou letten en ook wat met haar
zou babbelen. Ik hoopte wijzer te worden, wat er nu aan de hand was. Zo gezegd,
zo gedaan. Maar dat is niet zo makkelijk met iemand die niet goed uit haar
woorden kan komen. Uit haar woorden maakte ik op dat ze verdrietig was, dat ze
wel lelijk tegen hem had gedaan, maar dat ze er niet meer tegen kon. Waar ze verdrietig van was, en
waar ze niet tegen kon daar ben ik tot nu toe nog steeds niet achter. Zelf denk
ik dat het komt omdat ze niets meer kan. Maar dat verzin ik zelf. Ik weet ook
niet wat er zich verder in zo’n week dat ik niet kom afspeelt. Meneer kan niet
slapen, omdat hij drie keer per nacht gaat kijken bij zijn vrouw. Ik stel voor
dat het misschien beter is als ze toch een paar keer per week naar de dagopvang
gaat. Meneer zegt dat ze dat niet wil en begint te huilen als ze haar ophalen.
En dat kan hij dan weer niet aanzien. Ik ben er even stil van, er is gewoon
geen oplossing. Hij wil voor haar zorgen, maar gaat er aan kapot. Zij wil niet
inde verzorging of naar de dagopvang. Dus blijft alles zoals het is en dat is
volgens mij niet goed. Maar gelukkig hoef ik daarin geen beslissingen te nemen.
Dat moet meneer doen. En ik hoop dat hij uiteindelijk wijs besluit….
maandag 16 juli 2012
Partner met alzheimer
Gisteren zijn we weer bij ze wezen eten, inmiddels zijn het
vrienden geworden. Ankie en Jan. Ankie is 60 en heeft Alzheimer. Jan is haar
partner. Ik heb al vaker over ze geschreven. Zij was mijn “alzheimermaatje”voordat
ze in het verpleeghuis terechtkwam. We gaan altijd een keer in maand bij elkaar
eten. Deze keer waren er twee maanden voorbij gegaan. Ik ben van haar
geschrokken, ze is duidelijk heel erg achteruit gegaan. Een gesprek valt nu
helemaal niet meer met haar te voeren. De plaat blijft steken. En dat is zo
verdrietig. Ik volg Jan de keuken in en
begin een gesprek. Hij heeft verschrikkelijk last van stress. Kan geen rust
vinden en kan ook niet verder met zijn leven. Hij wil niet alleen op vakantie.
Begrijpelijk. Hij zegt heel verdrietig: wat moet ik dan, dan zit ik in een
barretje ergens in Spanje als “vrijgezelle kerel”. En dan?
Nee voor hem , voorlopig geen vakantie, dus ook geen rust. Hij zegt: Ik
doe heel stoer, maar ik huil wat af. Ik knik. Ik kan heel ver meegaan in zijn
gevoelens, maar ik kan niet alles begrijpen. Hij haalt Ankie nu ook niet meer
ieder weekend op. Dat wordt hem teveel. Ze weet het toch niet meer. Al s hij
haar komt halen, vraagt ze vaak: “wat kom jij nu doen?”. Dus ook dat gaat langzaam
minder worden. Toen ze net in het verpleeghuis zat, had hij nog grote plannen,
hij zou haar ieder weekend en iedere woensdag ophalen. Dan konden ze nog leuke
dingen doen. Ik had toen al mijn twijfels, maar heb dat nooit tegen hem gezegd.
Ik wist dat hij ermee zou gaan stoppen als hij er zelf aan toe was. Dat is dus
nu. Hij kan er niet meer tegen. En zij is beter af, als ze in haar eigen
omgeving zit. Dat is zo akelig. Hij vind dat hij haar tekort doet, maar wij
vinden dat hij iets meer aan zichzelf moet gaan denken. Dat zeg ik ook. Ik zeg
ook, dat ze het heel goed heeft waar ze nu zit, en daar lieg ik helemaal niets
van. Ze zit met allemaal “jong dementerende”. Ze lopen de avondvierdaagse. Dat
vind ze leuk. Denken wij. En heel triest, Jan zegt ook tegen mij, dat hij ook
niet aan een andere partner zou kunnen beginnen zolang Ankie er nog is. En
volgens hem kan dat nog wel even duren. Ik zeg: “als je een leuke vrouw tegen
komt, zou ik de deur niet helemaal dichtgooien”. En hij zegt heel treurig : “hoe moet ik met mezelf leven, als ik met een
andere vrouw ga terwijl ik nog getrouwd ben, hoe moet ik dat mijn kinderen
uitleggen?. Nee dat zou ik nooit kunnen… Daar kan ik geen antwoord op geven. Ik
kijk hem alleen aan, en zie zijn verdriet.
Abonneren op:
Posts (Atom)
