zondag 3 februari 2013

Moeder en dochter


Soms komen verhalen hard bij me binnen. Zo kreeg ik van de week een verhaal te horen van een moeder met een dochter met Alzheimer. Dochter is 50 jaar. Ja, 50 jaar. Die dochter heeft ook weer een dochter van begin twintig met een kindje. Dus ze is al oma. Dat weet ze niet. Ze zit in een verpleeghuis en moet overal mee geholpen worden. Met alles. Ze kan niet zelf meer eten. Ze kan zich niet meer aankleden. De moeder van deze vrouw heeft nog de stille hoop dat iedere keer dat ze haar bezoekt, ze haar moeder toch nog herkend. Dat ze nog steeds begrijpt wat ze tegen haar zeggen. Dat ze alleen niets meer terug kan zeggen, maar dat nog wel zou willen. Ik krijg kippenvel van dit verhaal. De man van deze vrouw gaat iedere dag bij haar op bezoek. Iedere dag. Dat moet zoveel verdriet geven. Ik kan met niet voorstellen waar deze man iedere dag de kracht vandaan haalt om dit te doen. Je geliefde zo te zien. Volledig afhankelijk van anderen. Er niet meer mee kunnen praten, niet meer kunnen delen dat je samen een kleinkind hebt. Het lijkt me dat dat zoveel pijn moet doen. Ik kan me ook niet voorstellen hoe deze man, s’avonds na zo’n bezoek op de bank voor de tv zit of een boek leest. Wat hij ook doet om zich te ontspannen. Als dat al kan. Misschien dat hij veel troost krijgt van zijn dochter en kleinkind. En misschien ook van zijn schoonmoeder. Tenslotte zitten ze allemaal in het zelfde bootje. De moeder van deze vrouw heeft al gezegd dat ze niet zoveel meer naar haar dochter toegaat. Ze kan het niet meer. Het doet haar zo’n verdriet. Ook dat kan ik begrijpen. Het zal je nooit loslaten, maar het kan wel een beetje rust geven. Een moeder van 70 met een dochter van 50 met Alzheimer. Andersom zou je eerder verwachten, maar zo is het dus niet. Dit is ook de realiteit.

maandag 26 november 2012

Drukke weken


De afgelopen maand heb ik geen Alzheimertelefoon gedaan. Ik had het te druk met andere vrijwilligersdingen. Een cursus Netwerkcoaching. Wat heel leerzaam en erg leuk was. Ben er zeer tevreden en met een voller rugzakje vandaan gekomen. Binnenkort ga ik met iemand kennismaken die ik ga begeleiden naar een groter socialer netwerk. Ik ben heel benieuwd hoe het gaat lopen. Ik ben een beetje van mening dat hoeveel je er ook over geleerd hebt, je toch ook heel ver komt met je gevoel. Verder zijn we bij mijn alzheimervriendin en haar man wezen eten. Het was gezellig, en tegelijkertijd ook weer verdrietig. Ik zag dat ze nu wel heel erg achteruit gegaan was. Koffiezetten ging nog, maar daarna het rondbrengen bij de juiste personen was een opgave. Je zag de verwarring. We hebben er maar een grapje van gemaakt. Ze gaat ook verhuizen naar een andere afdeling, in het verpleeghuis. Met zwaardere gevallen. Waar ze nu woont ging het niet meer. Er kwam onrust. Toch was ze er erg van slag van. Nu ze eenmaal op de andere afdeling woont, gaat ze weer vrolijk fluitend haar gangetje. De overgang was alleen heel moeilijk. Haar man vond het wel verschrikkelijk om te zien, dat ze nu bij veel oudere mensen zit, sommige zitten te hangen en te slapen en hij vond het wel heel confronterend. Begrijpelijk, je wordt op deze manier wel heel erg met je neus op de feiten gedrukt, het is haar toekomst.  De aankomende decembermaand zal ik weer een paar middagen de alzheimertelefoon bemannen. Dat is vaak ook verdrietig, maar het is ook dankbaar om te doen, net zoals het rijden met een hele oude tante in een rolstoel naar de bibliotheek. Ze is nog helemaal goed bij de tijd, behalve haar benen, die willen niet meer wat zij wil. En dan heb ik ook nog een ochtend mijn receptiewerk. Dat is weer helemaal wat anders, maar dat maakt het juist zo leuk. Al de mensen waar ik mee te maken heb, zoveel verschillende verhalen, sommige verdrietig, andere leuk. Het zijn meestal weken van uiterste.

donderdag 25 oktober 2012

Mijn moeder


Vandaag kreeg ik oude dia’s toegestuurd. Veel van mijn moeder. En van mij toen ik nog heel klein was. Mijn opa’s en oma’s leefden allemaal nog. Zo bijzonder om te zien. Vooral mijn moeder. Mijn laatste herinnering aan haar is een vrouwtje dat in een verpleeghuis in een veel te grote rolstoel zit en helemaal van niets meer weet. Met alles geholpen moet worden en helemaal niets meer kan. Totaal leeg van binnen. En nu zie ik die dia’s. Een vrouw die heel jong is, heel knap. Lachend om iets wat wij doen. Ik was er helemaal van ondersteboven. Wat is ze leuk, schiet er door mijn hoofd. En mijn opa, die heb ik maar een paar jaar meegemaakt. Kan me niet veel van hem herinneren. Maar ook daarbij denk ik, goh hij zat me voor te lezen. Ik word er weemoedig van. Het waren de 50er jaren. Nog niet zo lang na de oorlog. Ik kan me er werkelijk niets meer van herinneren. Maar ik was dan ook een jaar of 3. Mijn moeder moet toen een jaar of 33 geweest zijn. Veel jonger dan ik nu. Ik blijf naar die foto’s staren en er schiet van alles door mijn hoofd. Wat zag ze er gelukkig uit. Ze was vast heel blij met ons, denk ik. En onze opa’s en oma’s ook zo te zien. We staan bij een kerstboom, we vieren sinterklaas. Het is allemaal te zien op die foto.’s. En ik denk dat ik wel een hele leuke jeugd gehad moet hebben. Jammer dat ik er nu niet meer met mijn moeder over kan praten.

maandag 17 september 2012

Moedig


Iedereen die mijn blogjes wel eens leest, kent ze, Jan en Annie. Zij is 60 en heeft Alzheimer. Ze zit in het verpleeghuis. Gisteren waren ze weer bij ons. Om te eten. Jan haalt haar dan op zaterdagochtend op en dan komen ze zondagmiddag bij ons. Ik had haar twee maanden niet gezien. Ik was nieuwsgierig. Hoe gaat het met haar, zou ze me nog herkennen. Iedere keer schrik ik weer als ik haar zie. Ze was heel erg achteruit gegaan. De leegte zag je in haar ogen. Ze praat nauwelijks meer, zegt alleen nog ja en nee. En humt af en toe wat. Alsof ze aan het gesprek deelneemt. Maar volgens mij dringt er nog maar weinig echt tot haar door. Ik vraag de gewone dingen, zoals hoe gaat het met je kleinkinderen. Goed zegt ze, ze groeien als kool. Een antwoord dat ze altijd geeft. Haar man had een gesprek gehad in het verpleeghuis, ze gaat zo snel achteruit, dat ze nu naar een andere afdeling moet. Met mensen van haar niveau. Dat is dus minder dan waar ze nu zit, en ouder. Nu zit ze nog op de “jongere”afdeling. We weten allemaal dat het erger wordt. Maar zo snel, dat is wel confronterend. Gisteravond toen ze weg waren, gingen we nog even de hond uitlaten. Allebei waren we weer wat stiller, je eigen problemen vallen volledig in het niet bij dit verdriet. Haar man vertelde ons nog, dat hij iedere zondagnacht wakker ligt, van verdriet. De hele maandag kapot is. En dan langzaam begint op te krabbelen naarmate de week verstrijkt. Om dan in het weekend weer opnieuw te beginnen.  De moedige man.

 

dinsdag 11 september 2012

vrijwillig


“goh, doe jij  aan vrijwilligerswerk?” “En bezoek je dan in je vrije tijd, oudere  dames of heren?” Dat vragen veel mensen aan mij, met zo’n blik van: “waarom??”, zeker veel tijd over? Enz.  Ja, ik heb tijd over, maar daarom doe ik het niet. Ik doe het omdat ik het zo ontzettend leuk vind. Iedere keer weer is het een verrassing wat er nu weer achter dat voordeurtje staat te gebeuren. Soms is het grappig, soms is er verdriet, en soms boosheid. Maar het is nooit saai.  Af en toe moet je afscheid nemen. Dat is verdrietig, want er ontstaat altijd een band. Je weet dat er iedere keer weer iemand op je zit te wachten, op die ene middag of ochtend dat je komt.  Alleen dat motiveert een mens al. Er is altijd een warme glimlach. Je voelt je altijd welkom. Ik heb nog nooit gedacht, nu keer ik weer om. De koffie staat meestal al klaar. En dan komen de praatjes. Soms hoor je tien keer hetzelfde, maar dat mag de pret niet drukken. Meestal loop ik met een grote grijns op mijn gezicht naar huis. Natuurlijk zijn er ook momenten dat ik wat piekerig naar huis ga, en nog een hele avond loop na te denken. Dat zijn de mensen die in mijn hoofd rondspoken, omdat er even geen uitweg is voor hun probleem. Toch is het dan ook vaak weer zo, dat als ik na een week kom, de sfeer weer helemaal anders is. Dan hebben ze toch op de een of andere manier hun probleem weer opgelost.  Zo is er een echtpaar, toen ik in het begin langsging, belde ik keurig aan. De man deed dan open, ietwat nors. Nu een paar maanden later, spring ik over het hekje, wandel de tuin in en roep ik vrolijk dat ik er ben. De man staat dan meestal in de keuken koffie te zetten. En hij roept altijd: joehoe, gezellig, kom binnen.” Dat is een verandering van dag en nacht. Je leert elkaar kennen, en hij blijkt helemaal niet zo’n norse, moeilijke man te zijn. Alleen hij is mantelzorger, heeft het hartstikke druk met het verzorgen van zijn vrouw. Krijgt te weinig slaap en voelt zich vaak onbegrepen door de diverse instanties. Maar bij mij kan hij even zijn zorgen kwijt, ik luister, ik vrolijk hem op (hoop ik). En met zijn drieeen lachen we ook heel wat af. En daar doe ik het nu allemaal voor, dat maakt het vrijwilligerswerk zo leuk.

vrijdag 24 augustus 2012

Toch nog gelachen


Af en  toe ga ik nog op visite bij een dametje waar ik als vrijwilliger regelmatig kwam. Een week of drie geleden gingen we daar ook een bakkie koffie drinken. Het ging helemaal niet zo goed met haar. Ze schuifelde door haar kamertje in het bejaardenhuis. Ik hield mijn hart vast. Ze wilde niet met haar rollator lopen. Dus hield ik haar stevig vast, als ze naar de wc moest. Ik ging naar huis, maar ze bleef toch een beetje in mijn hoofd rondzweven.

Vorige week, kreeg ik het bericht dat ze gevallen was en haar heup had gebroken. Ze lag in het ziekenhuis. Direct kreeg ik allemaal visioenen van mijn eigen moeder, die ook was gevallen, ook in het ziekenhuis terecht kwam en daar meer dood dan levend lag. Gelukkig is ze toen nog wel opgeknapt, maar nooit meer de oude geworden. Zeker met haar alzheimer niet. Maar terug naar mijn dametje. Ze is geopereerd. Dat moest, anders kwam ze in bed te liggen en dan weten we het wel. Ik ben bij haar op bezoek geweest in het ziekenhuis. Zeker, ze is in de war, maar we hebben ook verschrikkelijk gelachen. Op een gegeven moment riep ze: “dat ik nog kan lachen, dat had ik nooit gedacht”.  Van het ziekenhuis gaat ze naar een verpleeghuis om te revalideren. En ook omdat ze heel erg verward is. Ze kan nog niet terug naar haar kamertje in het bejaardenhuis. Ze heeft heel veel verzorging nodig. Natuurlijk blijf ik bij haar op bezoek gaan. Want in het ziekenhuis zei ze ook nog tegen me, dat ze zo bang was dat ze me nooit meer zou zien, vanwege alle veranderingen. Ik heb toen beloofd dat ik haar blijf bezoeken. Er zijn veel mensen die je bezoekt als vrijwilliger, maar er blijven er altijd een paar die in je hoofd blijven zitten, en waar je als je tijd hebt even langs gaat voor een praatje en een bakkie koffie. Zelfs als ze in een verpleeghuis zitten en je bijna niet meer herkennen. Dan nog.

donderdag 2 augustus 2012

Verjaardag


Ik dacht, ik ga een blogje schrijven over de verjaardag van mijn moeder, vandaag dus. Maar ineens tijdens het schrijven kon ik het niet. Er kwamen teveel herinneringen boven. Leuke en tragische. Vooral de verjaardagen die we vierden in het verpleeghuis. Dan reserveerde ik een tafeltje in het restaurant. Mijn moeder werd dan in haar super grote rolstoel naar dat tafeltje gereden. Soms kon je zien dat ze het leuk vond, soms was er niets van haar gezicht af te lezen. Vooral de laatste jaren moest ze gevoerd worden. Hapje voor hapje ging naar binnen. Of ze het lekker vond, dat kon ze niet zeggen. De eerste jaren in het verpleeghuis kon ze nog wel een beetje praten. Al was dat vaak ook onsamenhangend. Maar dan verzonnen we er zelf maar de rest bij. En terwijl ik dit allemaal zit te schrijven word ik weer erg verdrietig. Ze is in 2010 overleden, dat was een zege, voor haar. Ze had voortdurend pijn en kon dit niet uiten. Maar met een bos bloemen op bezoek gaan omdat ze jarig  was, dat mis ik. Ik ga vandaag zeker een kaarsje voor haar opsteken. Met een bloemetje.