Ik beschrijf de telefoontjes die ik krijg bij de Alzheimertelefoon, echter, deze verhaaltjes zijn een samenstelling van telefoontjes. Zoals ik ze beschrijf zijn ze niet met mij gevoerd. Alles is waar, maar het loopt door elkaar heen. Zussen, zijn geen zussen, broers zijn bijvoorbeeld een vader en een zoon, of andersom. Dit omdat ik vind dat de mensen die mij bellen recht hebben op privacy. De jarenlange ervaring met een moeder met Alzheimer heeft ook voor de nodige inspiratie gezorgd.
dinsdag 2 juli 2013
Schaken
Ik ga een keer in de twee weken op bezoek bij een 49 jarige man. Hij heeft flink wat psychiatrische problemen. In het begin moest ik even wennen. Hij is geweldig aardig. Maar je kan heel moeilijk afspraken met hem maken. Hij is ook eenzaam. Kijkt uit naar mijn bezoekjes. We gaan dan schaken, of als het me lukt, wandelen. Meestal schaken we. Ik verlies altijd, omdat ik een lagere school schaker ben. Maar wat kan mij het schelen. Ondertussen kletsen we. En hij word rustig van mij. Ik kan het me bijna niet voorstellen, aangezien ik nogal een kletser en druk ben. Maar hij vind dat ik een kalmerende invloed op hem heb. Af en toe weet ik niet wat ik moet geloven. Laatst vertelde hij me dat hij de muziek had uitgezocht en op cd had gezet. Mijn eerst reactie was: oh leuk, maar waarvoor eigenlijk. Voor zijn begrafenis. Hij is namelijk terminaal ziek. Dat denkt hij. Of het echt zo is, ik weet het niet. Ik neem hem dan maar serieus. Praat met hem mee. Hij vraagt regelmatig of ik nog wel om de veertien dagen wil blijven komen. Natuurlijk doe ik dat. Ik kan en wil hem nu niet meer in de steek laten. Ongetwijfeld zal er een keer komen dat ik er mee stop. Maar dat kan nog heel lang duren. Ik hoop dat ik nog eens een keer van hem win met schaken. Zelf denk ik van niet. Hij vind dat het elke week beter gaat. Ik probeer hem wel iedere keer mee naar buiten te krijgen, maar meestal heeft hij een smoesje om dat niet te doen. Een week of twee geleden wilde hij wel. Het was erg druk in zijn hoofd zei hij. Ik zei toen dat een wandeling in de wind, de drukte uit zijn hoofd zou waaien. Volgens mij geloofde hij dat en ging hij opgewekt met me mee. Hij kwam nog opgewekter terug, dus denk ik dat deze wandeling heeft geholpen. Het praat ook makkelijker, naast elkaar lopen. En dan de moeilijke dingen van het leven bespreken. Zoals je eigen begrafenis.
zondag 3 februari 2013
Moeder en dochter
Soms komen verhalen hard bij me binnen. Zo kreeg ik van de
week een verhaal te horen van een moeder met een dochter met Alzheimer. Dochter
is 50 jaar. Ja, 50 jaar. Die dochter heeft ook weer een dochter van begin
twintig met een kindje. Dus ze is al oma. Dat weet ze niet. Ze zit in een
verpleeghuis en moet overal mee geholpen worden. Met alles. Ze kan niet zelf
meer eten. Ze kan zich niet meer aankleden. De moeder van deze vrouw heeft nog
de stille hoop dat iedere keer dat ze haar bezoekt, ze haar moeder toch nog
herkend. Dat ze nog steeds begrijpt wat ze tegen haar zeggen. Dat ze alleen
niets meer terug kan zeggen, maar dat nog wel zou willen. Ik krijg kippenvel
van dit verhaal. De man van deze vrouw gaat iedere dag bij haar op bezoek.
Iedere dag. Dat moet zoveel verdriet geven. Ik kan met niet voorstellen waar
deze man iedere dag de kracht vandaan haalt om dit te doen. Je geliefde zo te
zien. Volledig afhankelijk van anderen. Er niet meer mee kunnen praten, niet
meer kunnen delen dat je samen een kleinkind hebt. Het lijkt me dat dat zoveel
pijn moet doen. Ik kan me ook niet voorstellen hoe deze man, s’avonds na zo’n
bezoek op de bank voor de tv zit of een boek leest. Wat hij ook doet om zich te
ontspannen. Als dat al kan. Misschien dat hij veel troost krijgt van zijn
dochter en kleinkind. En misschien ook van zijn schoonmoeder. Tenslotte zitten
ze allemaal in het zelfde bootje. De moeder van deze vrouw heeft al gezegd dat
ze niet zoveel meer naar haar dochter toegaat. Ze kan het niet meer. Het doet
haar zo’n verdriet. Ook dat kan ik begrijpen. Het zal je nooit loslaten, maar
het kan wel een beetje rust geven. Een moeder van 70 met een dochter van 50 met
Alzheimer. Andersom zou je eerder verwachten, maar zo is het dus niet. Dit is
ook de realiteit.
maandag 26 november 2012
Drukke weken
De afgelopen maand heb ik geen
Alzheimertelefoon gedaan. Ik had het te druk met andere vrijwilligersdingen.
Een cursus Netwerkcoaching. Wat heel leerzaam en erg leuk was. Ben er zeer
tevreden en met een voller rugzakje vandaan gekomen. Binnenkort ga ik met
iemand kennismaken die ik ga begeleiden naar een groter socialer netwerk. Ik
ben heel benieuwd hoe het gaat lopen. Ik ben een beetje van mening dat hoeveel
je er ook over geleerd hebt, je toch ook heel ver komt met je gevoel. Verder
zijn we bij mijn alzheimervriendin en haar man wezen eten. Het was gezellig, en
tegelijkertijd ook weer verdrietig. Ik zag dat ze nu wel heel erg achteruit gegaan
was. Koffiezetten ging nog, maar daarna het rondbrengen bij de juiste personen
was een opgave. Je zag de verwarring. We hebben er maar een grapje van gemaakt.
Ze gaat ook verhuizen naar een andere afdeling, in het verpleeghuis. Met
zwaardere gevallen. Waar ze nu woont ging het niet meer. Er kwam onrust. Toch
was ze er erg van slag van. Nu ze eenmaal op de andere afdeling woont, gaat ze
weer vrolijk fluitend haar gangetje. De overgang was alleen heel moeilijk. Haar
man vond het wel verschrikkelijk om te zien, dat ze nu bij veel oudere mensen
zit, sommige zitten te hangen en te slapen en hij vond het wel heel
confronterend. Begrijpelijk, je wordt op deze manier wel heel erg met je neus
op de feiten gedrukt, het is haar toekomst.
De aankomende decembermaand zal ik weer een paar middagen de
alzheimertelefoon bemannen. Dat is vaak ook verdrietig, maar het is ook
dankbaar om te doen, net zoals het rijden met een hele oude tante in een
rolstoel naar de bibliotheek. Ze is nog helemaal goed bij de tijd, behalve haar
benen, die willen niet meer wat zij wil. En dan heb ik ook nog een ochtend mijn
receptiewerk. Dat is weer helemaal wat anders, maar dat maakt het juist zo
leuk. Al de mensen waar ik mee te maken heb, zoveel verschillende verhalen,
sommige verdrietig, andere leuk. Het zijn meestal weken van uiterste.
donderdag 25 oktober 2012
Mijn moeder
Vandaag kreeg ik oude dia’s toegestuurd. Veel van mijn
moeder. En van mij toen ik nog heel klein was. Mijn opa’s en oma’s leefden allemaal
nog. Zo bijzonder om te zien. Vooral mijn moeder. Mijn laatste herinnering aan
haar is een vrouwtje dat in een verpleeghuis in een veel te grote rolstoel zit
en helemaal van niets meer weet. Met alles geholpen moet worden en helemaal
niets meer kan. Totaal leeg van binnen. En nu zie ik die dia’s. Een vrouw die
heel jong is, heel knap. Lachend om iets wat wij doen. Ik was er helemaal van ondersteboven.
Wat is ze leuk, schiet er door mijn hoofd. En mijn opa, die heb ik maar een
paar jaar meegemaakt. Kan me niet veel van hem herinneren. Maar ook daarbij
denk ik, goh hij zat me voor te lezen. Ik word er weemoedig van. Het waren de
50er jaren. Nog niet zo lang na de oorlog. Ik kan me er werkelijk niets meer
van herinneren. Maar ik was dan ook een jaar of 3. Mijn moeder moet toen een jaar
of 33 geweest zijn. Veel jonger dan ik nu. Ik blijf naar die foto’s staren en
er schiet van alles door mijn hoofd. Wat zag ze er gelukkig uit. Ze was vast
heel blij met ons, denk ik. En onze opa’s en oma’s ook zo te zien. We staan bij
een kerstboom, we vieren sinterklaas. Het is allemaal te zien op die foto.’s.
En ik denk dat ik wel een hele leuke jeugd gehad moet hebben. Jammer dat ik er
nu niet meer met mijn moeder over kan praten.
maandag 17 september 2012
Moedig
Iedereen die mijn blogjes wel eens leest, kent ze, Jan en
Annie. Zij is 60 en heeft Alzheimer. Ze zit in het verpleeghuis. Gisteren waren
ze weer bij ons. Om te eten. Jan haalt haar dan op zaterdagochtend op en dan
komen ze zondagmiddag bij ons. Ik had haar twee maanden niet gezien. Ik was
nieuwsgierig. Hoe gaat het met haar, zou ze me nog herkennen. Iedere keer
schrik ik weer als ik haar zie. Ze was heel erg achteruit gegaan. De leegte zag
je in haar ogen. Ze praat nauwelijks meer, zegt alleen nog ja en nee. En humt
af en toe wat. Alsof ze aan het gesprek deelneemt. Maar volgens mij dringt er
nog maar weinig echt tot haar door. Ik vraag de gewone dingen, zoals hoe gaat
het met je kleinkinderen. Goed zegt ze, ze groeien als kool. Een antwoord dat
ze altijd geeft. Haar man had een gesprek gehad in het verpleeghuis, ze gaat zo
snel achteruit, dat ze nu naar een andere afdeling moet. Met mensen van haar
niveau. Dat is dus minder dan waar ze nu zit, en ouder. Nu zit ze nog op de “jongere”afdeling.
We weten allemaal dat het erger wordt. Maar zo snel, dat is wel confronterend.
Gisteravond toen ze weg waren, gingen we nog even de hond uitlaten. Allebei waren
we weer wat stiller, je eigen problemen vallen volledig in het niet bij dit
verdriet. Haar man vertelde ons nog, dat hij iedere zondagnacht wakker ligt,
van verdriet. De hele maandag kapot is. En dan langzaam begint op te krabbelen
naarmate de week verstrijkt. Om dan in het weekend weer opnieuw te
beginnen. De moedige man.
dinsdag 11 september 2012
vrijwillig
“goh, doe jij aan
vrijwilligerswerk?” “En bezoek je dan in je vrije tijd, oudere dames of heren?” Dat vragen veel mensen aan
mij, met zo’n blik van: “waarom??”, zeker veel tijd over? Enz. Ja, ik heb tijd over, maar daarom doe ik het
niet. Ik doe het omdat ik het zo ontzettend leuk vind. Iedere keer weer is het
een verrassing wat er nu weer achter dat voordeurtje staat te gebeuren. Soms is
het grappig, soms is er verdriet, en soms boosheid. Maar het is nooit
saai. Af en toe moet je afscheid nemen.
Dat is verdrietig, want er ontstaat altijd een band. Je weet dat er iedere keer
weer iemand op je zit te wachten, op die ene middag of ochtend dat je
komt. Alleen dat motiveert een mens al.
Er is altijd een warme glimlach. Je voelt je altijd welkom. Ik heb nog nooit
gedacht, nu keer ik weer om. De koffie staat meestal al klaar. En dan komen de
praatjes. Soms hoor je tien keer hetzelfde, maar dat mag de pret niet drukken.
Meestal loop ik met een grote grijns op mijn gezicht naar huis. Natuurlijk zijn
er ook momenten dat ik wat piekerig naar huis ga, en nog een hele avond loop na
te denken. Dat zijn de mensen die in mijn hoofd rondspoken, omdat er even geen
uitweg is voor hun probleem. Toch is het dan ook vaak weer zo, dat als ik na
een week kom, de sfeer weer helemaal anders is. Dan hebben ze toch op de een of
andere manier hun probleem weer opgelost. Zo is er een echtpaar, toen ik in het begin
langsging, belde ik keurig aan. De man deed dan open, ietwat nors. Nu een paar
maanden later, spring ik over het hekje, wandel de tuin in en roep ik vrolijk
dat ik er ben. De man staat dan meestal in de keuken koffie te zetten. En hij
roept altijd: joehoe, gezellig, kom binnen.” Dat is een verandering van dag en
nacht. Je leert elkaar kennen, en hij blijkt helemaal niet zo’n norse,
moeilijke man te zijn. Alleen hij is mantelzorger, heeft het hartstikke druk
met het verzorgen van zijn vrouw. Krijgt te weinig slaap en voelt zich vaak
onbegrepen door de diverse instanties. Maar bij mij kan hij even zijn zorgen
kwijt, ik luister, ik vrolijk hem op (hoop ik). En met zijn drieeen lachen we
ook heel wat af. En daar doe ik het nu allemaal voor, dat maakt het
vrijwilligerswerk zo leuk.
vrijdag 24 augustus 2012
Toch nog gelachen
Af en toe ga ik nog
op visite bij een dametje waar ik als vrijwilliger regelmatig kwam. Een week of
drie geleden gingen we daar ook een bakkie koffie drinken. Het ging helemaal
niet zo goed met haar. Ze schuifelde door haar kamertje in het bejaardenhuis. Ik
hield mijn hart vast. Ze wilde niet met haar rollator lopen. Dus hield ik haar
stevig vast, als ze naar de wc moest. Ik ging naar huis, maar ze bleef toch een
beetje in mijn hoofd rondzweven.
Vorige week, kreeg ik het bericht dat ze gevallen was en
haar heup had gebroken. Ze lag in het ziekenhuis. Direct kreeg ik allemaal
visioenen van mijn eigen moeder, die ook was gevallen, ook in het ziekenhuis
terecht kwam en daar meer dood dan levend lag. Gelukkig is ze toen nog wel
opgeknapt, maar nooit meer de oude geworden. Zeker met haar alzheimer niet.
Maar terug naar mijn dametje. Ze is geopereerd. Dat moest, anders kwam ze in
bed te liggen en dan weten we het wel. Ik ben bij haar op bezoek geweest in het
ziekenhuis. Zeker, ze is in de war, maar we hebben ook verschrikkelijk
gelachen. Op een gegeven moment riep ze: “dat ik nog kan lachen, dat had ik
nooit gedacht”. Van het ziekenhuis gaat
ze naar een verpleeghuis om te revalideren. En ook omdat ze heel erg verward
is. Ze kan nog niet terug naar haar kamertje in het bejaardenhuis. Ze heeft
heel veel verzorging nodig. Natuurlijk blijf ik bij haar op bezoek gaan. Want
in het ziekenhuis zei ze ook nog tegen me, dat ze zo bang was dat ze me nooit
meer zou zien, vanwege alle veranderingen. Ik heb toen beloofd dat ik haar
blijf bezoeken. Er zijn veel mensen die je bezoekt als vrijwilliger, maar er
blijven er altijd een paar die in je hoofd blijven zitten, en waar je als je
tijd hebt even langs gaat voor een praatje en een bakkie koffie. Zelfs als ze
in een verpleeghuis zitten en je bijna niet meer herkennen. Dan nog.
Abonneren op:
Posts (Atom)
