dinsdag 31 januari 2012

Nogmaals "mijn moeder"

Even geen alzheimertelefoon is ook wel eens rustig. Tijd om ook eens de dingen te overdenken. Zoals de tijd toen mijn moeder net in de crisisopvang terecht kwam. Wat een verdriet. Ik ging nog elke avond naar het lege huis van mijn moeder om de kat eten te geven. Die was daar achtergebleven.  Het was een oudje. Probleem was toen wat doen we met die kat. We hebben uiteindelijk toch een goed tehuis voor hem gevonden. Zo’n huis leeghalen geeft ook zo’n pijn en verdriet. Al de spullen van je moeder gaan door je handen. Overal denk je bij na. Wat doen we ermee. Wat is er allemaal mee gebeurt. Nu denk ik nog wel eens, waar zijn de kerstspullen eigenlijk gebleven??? Vast goed terechtgekomen. Of ik had dit of dat wel willen hebben, maar dat heb ik toen weggedaan. Spijt achteraf. Je doet er niets mee.

Mijn moeder snapte niet wat ze in dat verpleeghuis deed, wij vertelde haar dat ze daar zat om tot rust te komen. Dat nam ze voor lief. Maar iedere keer dat we op bezoek kwamen en weer weggingen  kwamen de tranen. Mijn moeder kon verschrikkelijk huilen. Ik werd daar zo verdrietig van. Iedere keer op weg naar huis moest ik mijn tranen wegslikken. Van de crisisopvang ging ze naar haar definitieve huis. Nog hele grote afdelingen, zes mensen op een kamer. Overal lawaai, herrie en geen rustpuntje. Ik vond het niet leuk, maar ik deed tegen mijn moeder of het de beste plek ter wereld was. Het moment dat ze mij daar niet meer herkende herinner ik me nog precies. Ik stond in de gang en ze kwam voorbij met haar rolstoel. Ze keek me aan, zwaaide alsof ik een vreemde was. Ik zag dat ze niet meer wist wie ik was. Dat deed pijn. Ze bleef daar omdat ze gingen verhuizen en dan kreeg iedereen een eigen kamer. En een huiskamer met zes personen. Dat leek ons het beste. Dat is uiteindelijk ook allemaal zo gegaan. Ze heeft haar laatste jaren in dat huis doorgebracht. Hele lieve verpleging. Ze waren super. Er werden leuke dingetjes georganiseerd. Zoals  een haringparty, stamppotavond enz. We gaan er nu, ook nu mijn moeder niet meer leeft nog wel eens naar toe. En mijn man gaat soms als vrijwilliger meer op vakantie. Dus dat zegt wel iets over de sfeer die daar heerst.

Maar het blijft een verpleeghuis en mijn moeder wist op het laatst helemaal niets meer. Ze zat in een rolstoel, had haar heup gebroken (kon niet meer geopereerd worden). Had veel pijn. Moest gevoerd worden, aan en uitgekleed. De verpleging had heel veel werk elke ochtend en avond. Toen ze overleed, was ik eerder opgelucht dan verdrietig, het verdriet was er toen ze in het verpleeghuis ging wonen en langzaam weggleed in haar eigen wereldje. Dat was volgens mij wel een vrolijke wereld, want ze had veel lol denk ik. Zeker weten doe je het nooit. Ze kon het me helaas niet meer vertellen.

woensdag 25 januari 2012

Mijn "alzheimermaatje

Afgelopen zondag zijn we bij mijn “alzheimermaatje”blijven eten. Het was gezellig, maar ook verdrietig. Ik zie hoe ze achteruit is gegaan. Hoe leeg haar blik af en toe is. Ze komt vier keer  de keuken uit om te vragen of we suiker en melk in de koffie willen. En vier keer zeggen wij, 1 koffie met alles en 1 koffie met niets. Haar man verteld in keuken onder het koken dat hij af en toe in de hel zit, en dat hij zich nooit eens lekker ontspannen voelt. Dag en nacht spookt alzheimer door zijn hoofd. Voor allebei  is het wel beter dat ze in verpleeghuis zit en alleen het weekend thuiskomt. Zo lang dit nog kan. Ze verteld na veel gevraag en denken dat ze aan alle activiteiten meedoet. Sommige vragen moet je gewoon niet aan haar stellen, dan zie je dat ze het niet weet en dat ze in complete verwarring achterblijft. Wij hebben haar terug naar het verpleeghuis gebracht. Dan kon haar man nog een wijntje extra drinken. Het afscheid tussen die twee is echt zo verdrietig om te zien. En ik denk : ‘het zal je maar gebeuren, je moet je man/vrouw naar een verpleeghuis brengen”.  Beide hebben ze tranen in hun ogen en dat elke week weer.

In de auto vraag ik of ze ons de weg kan wijzen(eigenlijk was het een grapje).Ze zegt van wel. Maar eenmaal op weg zit ze lekker achterin te zingen, en bemoeit zich helemaal niet met de weg. Ook niet als we toch per ongeluk even verkeerd rijden. Ze vraagt wel of het goed gaat, en wij roepen: Ja hoor niets aan de hand. Uiteindelijk vinden we het wel. En we lopen even mee naar haar kamer.

In de huiskamer zitten nog twee  mensen tv te kijken en die roepen vrolijk: ‘Hee hallo, kom erbij, gezellig”. Het zijn allemaal “jonge”mensen met alzheimer. De jongste is ongeveer 60.  Dus belanden we in de huiskamer en praten nog wat, over niks. Dan nemen we afscheid, tot volgende maand. Dan komen ze bij ons eten. En na zo’n dag word ik weer even met beide benen op de grond gezet. Wat hebben wij het dan goed, en wat zeur ik dan soms over helemaal niks.

dinsdag 17 januari 2012

Welterusten

Het is bijna 11 uur en mijn telefoondienst zit er op. Ik ben al een beetje aan het opruimen, blaas de kaarsjes uit, doe de verwarming al wat lager. Stop de hond in zijn bench. En dan gaat de telefoon: “Ik bel toch niet ongelegen”zegt een vrouwenstem. “nee hoor, zeg ik, “we zijn altijd bereikbaar”.  “Ja dat las ik, dus ik dacht kom ik ga u eens bellen, ik ben mevrouw D. En ik heb alzheimer . Ik ben 83, nu bel ik u omdat ik vaak zo bang ben. Ik heb van die paniekaanvallen. Komt dat nu meer voor?” “Paniekaanvallen? “ “Ja hoor, en dat is toch ook logisch, u woont nog op uzelf? Heeft u nog  een partner?” Ja, die heb ik en ook kinderen en een heleboel kleinkinderen.” Ze blijft zich verontschuldigen en ze blijft steeds hetzelfde herhalen. Ik doe of het helemaal nieuw is en probeer het gesprek op andere dingen te brengen.  Maar dat lukt niet. Ik denk dat deze mevrouw gewoon een praatje wilde. Over haar kinderen, haar man en haar kleinkinderen. En dat deden we ook. Steeds weer hetzelfde. Tot dat ik zei: “ik geloof dat we nu maar moeten gaan slapen”. “Ja, dat geloof ik ook” zei ze, en ze wenste me welterusten. “Welterusten”zei ik.

woensdag 4 januari 2012

Nog een keer TV

Ik ga op visite bij mevrouw A. Ik kom al lang bij haar. Ze zit nu in de verzorging en af en toe ga ik nog even bij haar langs. Ik bel bij haar aan en een compleet verward vrouwtje doet de deur open. “Mijn vogeltje is weggevlogen en nu ben ik heel de ochtend bezig geweest hem weer terug in zijn kooitje te krijgen”. “En is dat gelukt”vraag ik. Beetje overbodige vraag want als ik naar het kooitje kijk zie ik dat de kanarie ietwat bol weer op zijn stok zit. “Ja maar ik snap niet hoe hij eruit gekomen is, ineens was het badje weg en vloog hij rond”. Ik denk dat ze dat zelf heeft gedaan, maar dat zeg ik maar niet.  Dan komt het volgende probleem: “op de televisie staan mannen te zingen en dan stoppen ze, en dan kijken ze heel boos naar me… Dat komt omdat ik de boel verstoor.” Dit alles hebben we de hele ochtend besproken. Ik probeer haar uit te leggen dat er niets engs kan gebeuren, dat die mannen in de tv blijven en haar niets kunnen doen. Zij gelooft me niet en begint het hele verhaal van voren af aan nog een keer te vertellen. Het gebeurt niet op de Nederlandse zenders alleen op de buitenlandse. Ik zet de tv op Nederland 1. Niets aan de hand,  ik  zeg  tegen haar dat ze de tv beter op deze zender kan laten staan. Dat dat toch de leukste is!!!! Ja zegt ze, maar als ik dan naar een andere zender ga, dan komen die starende mannen weer. Die worden boos op me, dan roepen ze shit en dan word ik weer bang. Op sommige zenders zwaaien ze naar me, dat is wel leuk”.  “Okee, roep ik aan het einde van mijn latijn, “dan zoeken we een zender waar ze alleen maar naar je zwaaien”.  Nergens iets te vinden natuurlijk. Uiteindelijk hebben we de tv weer uitgezet. En was de rust weer terug. Maar ik denk dat dit hele verhaal nog wel een staartje zal krijgen. Want ze zou me bellen als ze weer boos op haar werden….

zondag 1 januari 2012

De afstandbediening

Er belt een man: “mijn moeder woont nog in haar eigen huis. Ze is, zeggen ze, licht dementerend. Nu hebben we een nieuwe tv voor haar gekocht. De oude deed het niet goed meer. Althans dat vond mijn zus. Mijn moeder kon alleen nog maar 1,2, 3 en 4 kijken. Volgens mij was  dat genoeg, maar mijn zus vond van niet vandaar. Maar mijn moeder is nu volledig van de kaart, want er zit ook een nieuwe afstandbediening  bij. En daar snapt ze de ballen van. We hebben het al 100x uitgelegd, maar ze weet gewoon niet meer hoe het werkt. De oude afstandbediening was met haar hand vergroeit, maar deze vind ze eng en het werkt volgens haar niet. Nu belt ze ons bijna elke avond met de vraag hoe het werkt. Gisteravond belde ze helemaal in paniek: ik wilde dat dat schieten stopte. En nu doet de hele  tv het niet meer. Had ze op allemaal knopjes gedrukt en was het hele zakie ermee uitgescheden. Ik ben toen maar naar haar toe gereden, maar dat kan ik niet blijven doen. Ze valt de buren ook om de haverklap lastig met die stomme afstandbediening”. Heeft u misschien enig idee wat we eraan kunnen doen?” “tja, zeg ik, er zit een soort van kinderslot op de afstandbediening, maar hoe het werkt dat zou u even op internet moeten opzoeken bij uw provider” Ik vond dit wel heel professioneel klinken. “oh, bestaat er zoiets, dat wist ik niet, ik ga het opzoeken en misschien dat het helpt”. “Ja, ik denk niet dat u het hele probleem ermee oplost, maar voor een groot deel wel, u schakelt gewoon uit, wat uw moeder niet mag gebruiken”.  Ik heb al heel vaak meegemaakt, dat de afstandbediening voor mensen met alzheimer of dementie, verandert in een soort van monster waar ze niet meer mee om kunnen gaan, vooral als er iets verandert, een nieuwe tv, of nieuwe afstandbediening of een verhuizing. Er valt niet veel aan te doen. Behalve misschien de tv op 1 net zetten en er niet meer aankomen. Maar of dat lukt…..?

zondag 25 december 2011

99 jaar

Gisteren heb ik kennisgemaakt met een meneer van 99. Hij word volgend jaar 100. Toen ik hem vroeg of hij dat leuk vond zei hij: helemaal niet, als je jong bent wil je het graag worden. Als het eenmaal zover is, is er niets meer aan”. Dat kon ik begrijpen. Ik zei: “ja iedereen om u heen is natuurlijk weg”. Ja, zei hij, mijn vrouw is 33 jaar geleden overleden, ik had 6 broers en zussen, allemaal dood. We hadden geen kinderen en al mijn vrienden zijn ook weg. Kijk maar naar het aantal kerstkaarten, het worden er elk jaar minder.

En zo is het natuurlijk ook, we willen allemaal graag oud worden. Maar als het zover is, ben je vaak erg eenzaam. Ik ga nu bij deze meneer (hij is een beetje dementerend), een ochtend in de week op bezoek. Zelf vond hij dat helemaal niet nodig. “Hoeft echt niet hoor, ik kan me prima alleen vermaken. U moet maar kijken wat u doet”. Zei hij tegen me. We moeten natuurlijk nog aan elkaar wennen. Ik heb voorgesteld, dat ik in januari bij hem langskom en als hij dat niet leuk vind, dan kom ik gewoon niet meer. Daar ging hij mee akkoord. Wel bijzonder vind ik, dat deze meneer nog gewoon in zijn huis woont, zijn maaltijden nog in de magnetron klaarmaakt. Wel hulp heeft natuurlijk maar toch. Hij mag alleen niet meer in zijn scootmobiel rijden omdat hij, zoals hij zelf zei “te vaak door het blauwe licht”reed. En ja dat is natuurlijk heel gevaarlijk “het blauwe licht”. Volgens zijn nicht heeft hij heel veel gevoel voor humor, maar dat kan hij dan goed verbergen. Misschien de volgende keer. Wel zag ik af en toe een ondeugend lichtje in zijn ogen verschijnen. Dus wie weet kunnen we nog erg met  elkaar lachen in de toekomst.

maandag 19 december 2011

Kertmis

Ongeveer een jaar of drie geleden hadden ze in het verpleeghuis van mijn moeder bedacht dat het leuk was om naar de kerstmarkt in het tuincentrum te gaan. Ze hadden nog vrijwilligers nodig, dus mijn schoonzus en ik hadden ons aangemeld om de rolstoelen te duwen. Ik duwde mijn moeder en zij duwde een vrouwtje wat in eerste instantie heel lelijk tegen mijn schoonzus deed.

Bij het tuincentrum aangekomen moest iedereen de bus uit en de rolstoel in. Toen het tuincentrum in, je werd gedwongen om de route te volgen die het centrum had uitgestippeld. Zodat je langs alle spullen kwam te lopen. Mijn moeder begreep er helemaal niets van en deed haar armen heel wijd. Ik was doodsbang dat de ballen, kaarsen en andere opgestapeld dingen om zouden vallen. Ik riep iedere keer: “niet doen Ma, dat gaat fout”. Maar blijkbaar vond ze het zelf erg leuk.  “Ach”zei een man in een groen pak, “dat geeft toch niets, laat uw moeder maar”. Gelukkig naderde we de kerstbomen zaal. Alles leuk verlicht. Dus riep ik : Ma kijk eens wat leuk al die lichtjes”. Dat heb ik dus geweten. Haar ogen werden helemaal groot en ze werd ineens heel erg bang. Ze begon te huilen en wilde weg. Ongemakkelijk begon ze in haar rolstoel heen en weer te bewegen. Ik ben als een gek door die zaal gaan racen met die rolstoel, om maar zo snel mogelijk bij de koffiehoek te komen.

Gelukkig werd ze daar afgeleid door gebak en een kopje koffie. En kwam ze weer tot rust. Ik had een leuk zeehondje voor haar gekocht. Van de zenuwen had ze al de haartjes uit het beestje getrokken.  We moesten dus een kale zeehond betalen. Volgens mij heeft ze er ook  nooit meer naar omgekeken.  In de bus terug was ze nog steeds onrustig.  Ik wil hier maar mee zeggen dat niet iedereen gecharmeerd is van leuk verlichte kerstbomen. Deze kunnen ook heel beangstigend zijn.